Het bestuderen van zeezoogdieren is een van de interessantste onderdelen van het werk van een zeebioloog. Er zijn drie hoofdgroepen die je moet kennen. Elke categorie heeft haar eigen unieke mechanismen, voedingspatroon en kenmerken. Deze dieren leven ook vaak op verschillende plekken, andere in groepen en de rest in familieverband of alleen. Als je hun leefwijze en kenmerken eenmaal kent, ga je de soort meer waarderen.
Catacea
De hele levenscyclus van de Catacea speelt zich in het water af. Er zijn enkele onderordes gebaseerd op de voedingsmechanismen: odonticeti en mysticeti. Tot de onderorde mysticeti (baleinwalvissen) behoren de baardwalvis, de blauwe vinvis, de dwergvinvis, de grijze walvis en de noordkaper. Deze walvissen hebben gespecialiseerde voedingsmechanismen.
Tot de onderorde odonticeti (tandwalvissen) behoren dieren de orka, de dolfijn, de tandwalvissen en de bruinvis. Rivier- en kustsoorten verblijven in kleine thuisgebieden als ze op zee zijn. Anderen prefereren warme equatoriale wateren, de rest komt voor in alle oceanen, zoals de tuimelaar en de orka. Sommige walvissen, zoals de baardwalvis, verplaatsen zich van de tropen, waar ze zich ’s winters voortplanten, naar hogere breedtegraden, waar ze zich ’s zomers voeden. De dieren bewegen zich voort met behulp van hun brede, beenderloze staart. Ze vervellen ook en scheiden wel 12 keer per dag olie af om de wrijving te verminderen.
Pinnipedia (Vinpotigen)
Deze orde past zich via diverse processen aan de omgeving aan.. Met hun haar en blubber houden ze warmte vast , houden ze een lage oppervlakte-volume verhouding en zijn ze goed geïsoleerd. Alle dieren verharen,nadat ze zich in de zomer hebben voortgeplant , terwijl de andere uit het water moeten blijven tot alles achter de rug is.
Ze ademen uit voordat ze de diepte in duiken. Ze hebben een relatief hoge concentratie van hemoglobine en myoglobine. De hartslag van de dieren daalt tijdens diepe duiken en het bloed circuleert dan alleen in hart en hersenen.
Sirenia (Zeekoeien)
Zeekoeien worden vooral bejaagd vanwege hun huid, olie en vlees. Ze brengen hun hele leven in het water door en zijn de enige zeedieren die als herbivoren te boek staan. Ze bewegen zich voort met hun platte staart en vinnen. Ze kunnen daarmee over de zeebodem ,open, zelfs achteruit. Het bewegingsritme is meestal traag, maar ze kunnen ook versnellen tot ongeveer 13 knopen. Zeekoeien ademen in voor ze duiken, net als walvissen. Als ze ademen, kunnen ze ongeveer 90% van hun longvolume verwisselen.
Lamantijnen kunnen heel goed zien onder water en behouden ook hun reuk en smaak. Ze raken elkaar bij een begroeting aan en moeder en kalf sjilpen onderling. Doejoengs kunnen wel 70 jaar worden maar hun vruchtbaarheid is vrij laag. De dieren bereiken met 10 jaar de puberteit en werpen maar één keer per vijf jaar een jong. Hun populatie moet worden beschermd zodat ze zich kunnen herstellen van de druk op het milieu en de jacht.
Interactie met de mens
Alle dieren hebben inmin of meerdere mate interactie met de mens, al is van zeekoeien het meest bekend dat ze de mens vriendelijk gezind zijn. Visnetten en –lijnen zijn voor deze dieren een probleem.