Het eerste gedicht gaat over je gedachten de vrije loop laten en aan elkaar rijgen zoals steken in een breiwerk. De 'rode' draad die door ons leven loopt. Het tweede gedicht is een 'spielerei' omdat bij ons op het werk iedereen zijn kopje achteloos in de vaatwasser 'smijt'.
Ik brei
Ik brei van schaap tot trui
steek voor steek
brei ik muizenissen weg
de draad volgt trouw
van hoofd naar hand
van hand naar naald
ik brei gedachten aan elkaar
van links naar rechts
en averechts
ik brei ze
tot ze klaar en helder zijn
ik brei letters tot woord
woorden tot zin
zinnen tot gedicht
ik brei kleuren
tot een schilderij
van wol
ze haken in elkaar
ik brei ze vast
en zeker
ik brei de dagen aan elkaar
tot weken
maanden en jaren worden
tot de tijd
er een einde aan breit
Klaaglied van een vaatwasser
Ik ben van origine
een afwasautomaat
ik doe, puur uit routine,
elke avond jullie vaat.
Toch moet ik wel es grienen
want met grote regelmaat
wordt mijn binnenste een ruïne
spoel ik zonder resultaat.
Want vrij van elke discipline
onder druk en luid gepraat
creëren jullie een nooit geziene
toren van kopjes, zonder maat.
Is er geen juf in de kantine
die begrijpt en die verstaat
dat water, zelfs in een machine,
niet door kopjesbodems gaat?
Hier helpt geen pil of aspirine
ik hoop alleen dat vroeg of laat
iemand een voorstel in zal dienen
voordat ik sterf van overdaad.