De Renaissance, letterlijk 'wedergeboorte', heeft niet enkel een grote invloed uitgeoefend op de huidige cultuur van Europa, maar ook op de denkwijze van de mensen en hun wens nieuwe dingen te ontdekken door zelfstandig onderzoek te doen.
De Renaissance is een overgangsperiode tussen de middeleeuwen, die duurde van 500 tot 1500, en de zogenaamde 'Nieuwe Tijd', de periode van 1500 tot nu. De belangrijkste inspiratie van de vele Renaissance kunstenaars en wetenschappers was de Klassieke Oudheid. Zij beschouwden de middeleeuwen slechts als een periode van verval, vandaar de naam 'wedergeboorte'. Met het begin van de Renaissance was een nieuwe gouden eeuw aangebroken: de wedergeboorte van de verworvenheid uit de Klassieke Oudheid.
Wetenschap
In de middeleeuwen ging veel van de kennis die in de Klassieke Oudheid was verworven verloren. Veel bibliotheken werden verwoest en de machtige, geestelijke macht was alles behalve stimulerend op het gebied van de wetenschap. Er werd nauwelijks nog zelfstandig onderzoek gedaan: de bevolking nam vele beweringen klakkeloos aan, vooral onder invloed van de kerk. Aan de andere kant was het ook de geestelijke macht die ervoor zorgde dat niet alle kennis verloren ging. In de kloosters werden vele geschriften zorgvuldig bewaard en overgeschreven door monniken die in tegenstelling tot een groot deel van de bevolking konden lezen en schrijven.
In het begin van de Renaissance kwam de wetenschap langzaam weer op gang doordat de instelling van de mensen veranderde. Zij wilden niet langer afhankelijk zijn van andermans onderzoek, maar ze wilden zelf nieuwe dingen ontdekken en daarmee bestaande beweringen bevestigen of afwijzen. Een belangrijk figuur in de Renaissance wetenschap is Copernicus, die het heliocentrisch wereldbeeld introduceerde en daarmee de theorie van de kerk ontkrachtte en haar macht verminderde.
Renaissance kunstenaars en kenmerken
Daar waar de middeleeuwse schilderijen gebrek aan realisme en diepte hadden, waren de schilderijen in de Renaissance waarheidsgetrouw doordat de Renaissance-kunstenaars het perspectief onder de knie hadden en onderzoek hadden verricht naar de anatomie van het menselijk lichaam. De kunstenaar die hier vooral bekend om staat is natuurlijk Michelangelo, maar ook de schilderijen van Leonardo da Vinci en Rafaël waren kenmerkend voor de Renaissance en worden nog steeds dagelijks door vele mensen aanschouwd.
De architectuur in de Renaissance werd vooral gekenmerkt door symmetrie en vele klassieke stijlelementen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de veelgebruikte zuilen en timpanen volgens de Romeinse bouwkunst. Net als in de schilderkunst speelde Leonardo da Vinci een rol in de ontwikkeling van deze nieuwe architectuurstijl, maar ook Bramante, Leone Battista Alberti, Michelozzo en Giorgo Vasari hebben hieraan bijgedragen.
In de Renaissance beeldhouwkunst speelde opnieuw Leonardo da Vinci een rol, maar jammer genoeg zijn veel van zijn werken verloren gegaan. Wel zijn er talloze bekende werken van Michelangelo bewaard gebleven, zoals de Pietà en David, en ook Donatello is wereldwijd bekend. Al de Renaissance-beeldhouwwerken leken sprekend op die uit de Klassieke Oudheid, door de anatomische kennis van de kunstenaars en de beweging die in de beelden kwam: de symmetrie werd volledig doorbroken door bijvoorbeeld de heupen van de figuren te kantelen of hun bovenlijf te draaien.
Nog steeds zijn vele werken uit de Renaissance te aanschouwen in bekende musea als het Kunsthistorisches Museum in Wenen, het Louvre in Parijs en de Vaticaanse musea.
http://www.kunstkennis.nl/kunstgeschiedenis/gotiek/beeldhouwkunst.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Renaissance
http://nl.wikipedia.org/wiki/Renaissance_(stijlperiode)