De Kindertelefoon, een goed initiatief dat op 11 mei van 2010 op grootse wijze haar dertigjarig bestaan vierde. Reden genoeg om eens in gesprek te gaan met Ilona, coördinator bij De Kindertelefoon Tilburg en twee vrijwilligers, Olaf en Debbie. Staat de telefoon roodgloeiend, wat voor soort gesprekjes voeren ze en hoe zijn ze ertoe gekomen om dit werk te gaan doen? Ik had een gezellig interview en mocht ter uitzondering enkele telefoongesprekjes meeluisteren.

"DeInterview: Erica Theloosen

De missie van De Kindertelefoon, onderdeel van Bureau Jeugdzorg, is dat ieder kind in vertrouwen moet kunnen praten over een probleem. Dagelijks voeren in heel Nederland vrijwilligers gesprekken met kinderen van acht tot achttien jaar. “Dat zijn echt niet alleen moeilijke gesprekken over grote problemen. Dat beeld bestaat wel, maar wij zijn ook te bereiken als kinderen over leuke dingen willen praten of ons iets willen vragen”, vertelt Ilona. Via een stage in het derde jaar van haar pedagogiek opleiding is Ilona in aanraking met De Kindertelefoon gekomen. Ze had er zoveel plezier in, dat toen er een baan vrij kwam als coördinator, zij daar niet lang over hoefde na te denken om te solliciteren. “Als coördinator zit ik niet dagelijks meer achter de telefoon, maar ik weet heel goed hoe het voor de vrijwilligers is om telefoondienst te hebben.” De 50 vrijwilligers hebben het onderling gezellig en kunnen moeilijke problemen goed met elkaar bespreken als dat nodig is. Een gemotiveerde Olaf: “De onderlinge sfeer is hier prima. Door dit vrijwilligerswerk heb ik heel veel mensen in Tilburg leren kennen. Ik denk wel dat ik per week zo’n tien uur (in)direct met De Kindertelefoon te maken heb.”

Vrijwilligers


Wie vrijwilliger bij De Kindertelefoon wil worden, kan solliciteren. Tijdens de sollicitatieprocedure wordt bekeken of je past binnen het team; een bepaalde instelling en motivatie wordt zeker verwacht. Nadat je als vrijwilliger wordt aangenomen, volgt een training van twaalf weken. “We kunnen ze niet zomaar voor de leeuwen gooien, daarvoor is het te verantwoordelijk werk. Allereerst wordt in een basistraining de methodiek van De Kindertelefoon uitgelegd, daarna gaan ze meeluisteren en worden de gesprekken na afloop kort doorgesproken. Vervolgens gaan ze zelf aan de telefoon, waarbij een mentor ze begeleidt. Na ongeveer een half jaar kunnen ze zelfstandig aan de slag, dit hangt een beetje af van het aantal diensten dat je draait”, geeft Olaf aan. “Ik heb het in ieder geval ervaren als een gedegen training. Bovendien is er voldoende ondersteuning en informatie aanwezig.”

Bellen en chatten


Behalve dat er gebeld wordt, chatten steeds meer kinderen met De Kindertelefoon. Onderzoek wijst uit dat binnen een half uur een effectief gesprek via het chatten gevoerd kan worden. Gemiddeld duren telefoongesprekken zo’n vijf minuten, maar bij diepgaande gesprekken kan het ook wel eens een uur duren. Sinds een jaar is er de mogelijkheid om een driegesprek te voeren. Als tijdens een gesprek bijvoorbeeld blijkt dat er sprake is van mishandeling, dan kan direct contact gelegd worden met de spoedeisende zorg. “Dat gaat wel altijd in overleg en met toestemming van het kind. Verder zijn we een aparte, losstaande organisatie en hebben we geen contacten met andere hulpverleners. Uiteraard beschikken we wel over info van zorgverleners”, vervolgt Ilona, “zodat we altijd kunnen verwijzen als dat nodig is.”

Contact met scholen


De Kindertelefoon Tilburg voert een actief promotiebeleid en heeft intensief contacten met scholen. Zo speelt  Olaf mee in een toneelgroep die uit acht tot tien man bestaat. Scholen kunnen ieder jaar intekenen om een toneelvoorstelling bij te wonen. Olaf: “Eigenlijk voeren wij een doorlopend verhaal op met korte stukjes die aanleiding kunnen zijn om te bellen of te chatten met De Kindertelefoon. Ik vind het een losse manier om kinderen te laten zien wanneer ze kunnen bellen. Bovendien kunnen ze ons altijd vragen stellen. Het geeft mij veel plezier dit te kunnen doen, het zijn voor mij de kersen op de taart.”

Telefoondienst


Ik ga nog even bij Debbie aan tafel zitten. Zij heeft telefoondienst en ik mag een paar gesprekken meeluisteren. “Op een laagdrempelige manier ga ik met kinderen in gesprek en samen bespreken we wat er gedaan zou kunnen worden. Eigenlijk stuur je in een gesprek erop aan dat kinderen zelf met een oplossing komen.” Zodra Debbie inschakelt krijgt ze telefoon, ja de telefoon staat roodgloeiend. Dat komt ook doordat in januari van dit jaar het mobiel bellen naar De Kindertelefoon gratis is geworden. Het eerste gesprek dat ze aangaat, is een ‘stille’. Na enkele seconden vertelt Debbie dan maar iets over De Kindertelefoon. Uiteindelijk besluit de beller toch zijn verhaal niet te doen en legt de hoorn erop. Ze registreert alle gesprekken in een systeem. De volgende beller is een jongen die gepest wordt vanwege zijn kleding. Debbie zoekt samen met hem naar een oplossing. “Het is iedere keer weer een verrassing wie je aan de  telefoon krijgt. Deze afwisseling en diversiteit in gesprekken maakt het voor mij boeiend en uitdagend. Soms toont iemand zijn/haar dankbaarheid en dan weet ik waarvoor ik het doe.” Ze verwijst nog naar de uitslag van een effectstudie: Kinderen ervaren zowel bij chat als telefoon na afloop een hoger welbevinden en geven aan dat de ernst van de vraag of het probleem is verlicht. Een initiatief dus dat nog zeker jaren doorgezet mag worden.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in