De Heidewachtel of Kleine Münsterländer, een jachthond met een gouden hartje, die niets liever doet dan zijn baas blij maken.
Geschiedenis
Qua uiterlijk zit een Heidewachtel tussen een Cocker Spaniel en een Setter in, maar ze hebben geen binding met deze hondenrassen. Het verwantschap met de Grote Münsterländer en de Drentse Patrijs is uiterlijk wel duidelijk zichtbaar. Ook is de Heidewachtel verwant aan de wat onbekendere rassen, de Epagneul Français en de Epagneul Picat. Net als de Epagneul Breton wordt de Heidewachtel vaak als apporteur gebruikt en vervult hij als voorstaander eveneens de taak van de Setter en de Pointer. Het ras werd aan het begin van deze eeuw erkend, maar toch zie je de Heidewachtel buiten Duitsland vrij weinig, behalve in Nederland. Het begint erop te lijken dat steeds meer Nederlanders belangstelling hebben voor dit ras.
Eigenschappen
De Heidewachtel is een jachthond maar kan ook heel goed in huis gehouden worden. Het is een hond is die veel beweging nodig heeft. Rennen en zwemmen, daar zijn ze dol op. Ook wanneer er niet met deze hond gejaagd wordt, zal zijn innerlijke jachtachtergrond zeker naar voren komen, bijvoorbeeld door de eeuwige interesse voor konijnen en vogels en het maar al te graag apporteren.
Een karaktereigenschap is net als het enorm trouw zijn aan de baas, ook eigenwijsheid. De Heidewachtel is vrij eigenwijs en zal regelmatig proberen hoe ver hij kan gaan. Geduld is een schone zaak.
Uiterlijke kenmerken
Hij moet een edel gestrekt hoofd hebben, een bruine neus, donkere ogen, lange oren met veel haar, een sterk en gestrekt lichaam met goed gewelfde ribben en een staart met lange haren, die aan het eind licht opgebogen is en laag wordt gedragen. Normaal is de kleur leverschimmel (bruin / wit gevlekt) en wit, met grote leverkleurige vlekken.
Een reu heeft meestal een schofthoogte van 50 – 56 cm en een teef een schofthoogte van 48 – 54 cm.