Wat is er gewoner dan een aardappel? En toch was die knol ooit een vreemd tropisch gewas, dat met achterdocht bekeken werd en, wel als curiositeit aanvaard werd, maar zeker niet gegeten werd. Een beetje geschiedenis van onze Solanum tuberosum.

Taratuffoli' of' tartoeffel' was de oorspronkelijke Italiaanse naam voor de aardappel (Solanum tuberosum). In de 17de eeuw kende men de aardappel vooral als een botanische curiositeit, die onder andere was beschreven door Clusius. Deze noemde de aardappelen: 'pappas Peruanorum', naar de naam die de Inca's uit Peru eraan gaven. In het Andesgebergte werd de aardappel waarschijnlijk al zo’n 7000 jaar geleden geteeld. De vroegste vondst van aardappelresten dateert van 4500 voor onze jaartelling.

Clusius over de aardappel

""De Spanjaarden brachten deze aardappelplant in de zestiende eeuw naar hun moederland. Clusius ontving in 1588 via Ita­lië twee aardappelknollen en enig zaad. Het was ook deze beroemde botanist die in 1601 de eerste wetenschappelijke beschrijving van de aardappel gaf in zijn boek Rariorum Plantarum Historia. 

De Italiaanse naam 'taratuffoli" verbasterde later tot 'cartoufle' en daarna tot 'Kartoffel'. Via Frankrijk, Vlaande­ren, Ierland en Engeland belandde de aardappel in de Noordelijke Ne­derlanden. De aanvaarding door het volk van de aardappel als eetbaar product verliep echter traag. Evenals andere knollen en rapen stond de aardappel bekend om zijn winderige eigenschappen, maar ook om het stimuleren van de seksuele lust. Alhoewel dat geen reden voor afkeuring mag geweest zijn, zou ik denken.  

Munting over Pappas Peruanorum

De Groningse bo­tanicus Abraham Munting vermeldt in 1696: 'De ronde wortelen van het Solanum tuberosum esculentum of pappas Peruanorum, nagtschade met eetbare bolwortelen, ter spijze gebruykt met een goede saus, gelijk men over de articiokken doed, zijn zeer gezond voor elk, inzonderheid voor oude manspersonen, ze versterken de maag en 't geheele ligchaam, maken goed bloed, en verwekken lust tot 't echte werk'.

De bewerker van de 1644-editie van het Cruydt-Boeck van Dodoens schrijft dat de 'pappas' eerst worden gekookt, daarna afgegoten en nagestoofd in schapenbouillon of met boter. Dan zijn ze minstens zo smake­lijk als rapen.

Hoe vreemd aardappelen in die tijd waren, illustreert de verwarring die er soms ontstond met de echte truffels. In het Italiaans heetten truffels eveneens 'taratuffoli', net als aardappelen. Beide knollen groeien ook ondergronds  en de bereiding was ook hetzelfde. Daardoor trad in Nederlandstalige recepten uit de zeventiende eeuw wel eens verwarring op over het gebruik van de truffel of de aardappel. Zo vermeldt Magirus in zijn Koocboec oft famiheren keukenboec (Leu ven 1612) 'tartuffels' of 'tartoeffels' en bedoelt daarmee duidelijk echte truffels. Nu ja, extreme dure truffels zomaar klaar maken als een portie aardappelen….

Pas in de achttiende eeuw breidde de aardappelteelt zich verder uit over Ne­derland, onder meer als gevolg van de hoge graanprijzen door natuur­rampen. Van dan af is het hek van de dam en groeit de 'patat' uit tot volksvoedsel nummer één.

 http://documents.plant.wur.nl/cgn/literature/reports/aardappelbrochure.pdf

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in