Heeft u ooit een hartinfarct gehad, een longembolie of een andere aandoening waardoor u Bloedverdunners moet slikken. In deze tekst leg ik u uit hoe de meest voorkomende bloedverdunners (coumarinederivaten) werken en waar u aan moet denken als u ze slikt. Let op: eventuele genoemde adviezen zijn geen vervanging van adviezen die door uw arts gegeven zijn!

Wat zijn coumarinederivaten en hoe werken ze

Coumarinederivaten zijn vitamine K antagonisten. Enkele voorbeelden zijn acenocoumarol, warfarine en fenprocoumon. Vitamine K antagonisme betekent eigenlijk niets meer dan ze gaan de werking van vitamine K tegen. Om te begrijpen wat vitamine K precies doet is het belangrijk dat u iets meer weet van de stolling in het menselijke lichaam.

In het bloed zitten verschillende bestandsdelen.

–              rode bloedcellen
–              witte bloedcellen
–              bloedplaatjes
–              plasma
–              eiwitten

De bloedplaatjes zijn belangrijk bij de stolling, maar de eiwitten zijn ook erg belangrijk. Bij schade aan de wand van een bloedvat of bij contact van bloed met bijvoorbeeld glas, activeren stollingsfactoren. Dit zijn eiwitten in het bloedplasma die weer andere eiwitten activeren. Uiteindelijk leidt dit dan weer tot de vorming van een stevige bloedprop. Zouden deze stollingsfactoren niet geactiveerd worden, dan ontstaat er alleen een zwakke prop die niet tegen een stootje zou kunnen en dus niet effectief beschermd. De stollingsfactoren zijn genummerd van I tot en met XIII. Het resultaat is de protrombine activator. Dit eiwit zorgt voor de omzetting van trombine en trombine zorgt weer voor fibrinevorming. Fibrine gaat vervolgens een netwerk tussen de bloedplaatjes vormen om de prop zo te verstevigen.

Soms vindt er stolling plaats terwijl dit niet de bedoeling is en raakt een bloedvat verstopt. Het resultaat is dan dat u geen bloed krijgt in het gedeelte wat voorbij de opstopping ligt. Dit gedeelte zal zichzelf inactiveren om energie te besparen en in leven te blijven, maar duurt het te lang, dan zal dit weefsel afsterven. Toen u een longembolie, hartinfarct, herseninfarct of iets anders had, heeft u waarschijnlijk (low moleculaire) heparine gekregen. Heparine deactiveert een van de stollingseiwitten waardoor de prop oplost en het bloed weer verder kan stromen. Het weefsel heeft zich ondertussen weer kunnen herstellen of is vervangen door littekenweefsel waardoor u er weer even tegenaan kunt.

Vitamine K

In dit hele verhaal heb ik nog niet een keer vitamine K genoemd. Waarom is dit dan toch zo belangrijk? De stollingseiwitten worden in de lever gemaakt. Van de 13 eiwitten, zijn er 4 vitamine K afhankelijk. Dit houdt in dat de eiwitten alleen kunnen worden gemaakt als er voldoende vitamine K is.

Coumarinederivaten zijn medicijnen die aan vitamine K binden en zo ervoor zorgen dat vitamine K niet gebruikt kan worden. Het resultaat is een verminderde vorming van vitamine K afhankelijke bloedplaatjes en daardoor een langere stollingstijd. De medicijnen zullen nooit helemaal voorkomen dat deze stollingsfactoren worden gevormd tenzij de dosis te hoog is. Dat is dan ook meteen de reden dat u regelmatig naar de trombosedienst moet. Bij de trombosedienst controleren ze de stollingstijd. Is deze stollingstijd te lang, dan zult u meer moeten gaan slikken. Is deze te kort, dan moet u minder slikken.

Waarom Coumarine en geen Heparine?

Eerder heb ik al gezegd dat Heparine een stolsel kan oplossen terwijl Coumarine tot op een zekere hoogte kan voorkomen dat u onnodig gaat stollen. Waarom gebruiken we dan geen Heparine in plaats van Coumarine?

Heparine is te gevaarlijk. Het lost niet alleen dat ene stolsel op dat in de weg zit, maar alle stolsels. Stelt u voor dat een stolsel wordt opgelost dat een lek dicht, dan heeft u een probleem. Tegenwoordig zijn er wel laag moleculaire heparine die wel thuis zelf ingespoten kunnen worden, maar dit is niet voor iedereen geschikt.

Coumarine is een effectieve en veilige manier om stolling tegen te gaan en kan zonder hulp worden ingenomen.

Bijwerkingen of nadelen van deze medicijnen

Elke medicijn heeft andere bijwerkingen, het beste kunt u de bijsluiter erbij pakken of even aan uw huisarts vragen wat precies de bijwerkingen zijn. Houdt er ook rekening mee dat niet iedereen alle bijwerkingen ervaart. Dat uw buurman erg veel last heeft gehad van de medicijnen, wil niet zeggen dat u dat ook zal krijgen.

Medicijnen regelmatig innemen

Denken we even logisch na, dan vinden we al snel een mogelijk nadeel. De medicijnen voorkomen namelijk de stolling. Daarom is het ook erg belangrijk dat u de medicijnen regelmatig inneemt en ook niet teveel pakt. Bent u er niet zeker van of u het medicijn al heeft ingenomen of bent u het vergeten, pak dan niet alsnog dat pilletje op eigen initiatief. Bel de trombosedienst en overleg met hun. Zij weten wat het slimste is in uw situatie.

Vitaminetabletten

De meeste mensen weten dat sommige medicijnen andere medicijnen tegenwerken, maar dit geldt niet alleen voor medicijnen. Ook bepaalde voedingsstoffen kunnen medicijnen tegenwerken. In dit geval is het belangrijk dat u normaal blijft eten en niet te veel vitamine K binnen krijgt. Slikt u dus extra vitaminetabletten, laat dit uw dokter weten. Eet u erg veel kool (bloemkool of broccoli), overleg ook even met de huisarts. Kool bevat namelijk veel vitamine K. Vitamine K is onmisbaar, maar teveel is niet goed en zeker niet als u medicijnen slikt die vitamine K tegenwerken.

farmacotherapeutisch kompass
farmacologie sitsen 2e druk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in