Een stuk geschreven in de "stream-of-consciousness "-stijl (redelijk chaotisch dus). De gedachten van een getroubleerd persoon – in mijn ogen een meisje, maar het is zeker niet zo dat deze tekst in enig opzicht aan mij persoonlijk gerelateerd is. De setting van het fragment is geïnspireerd op enkele regels uit het nummer She Looks to Me van de Red Hot Chili Peppers: Down on the bathroom floor/ She's searching for another light/ She looks to me, she looks to me, all right.
Ik zit weer in de badkamervloer, op zoek naar een helderder licht. This scene is familiar… Ooit kwam ik het tegen. Per ongeluk, per ongelijk, per toeval zag ik het, vanuit een ooghoek. Sindsdien is de rest, is alles om me heen, als een kijkdoos. Nooit licht genoeg voor me om te doorgronden. Blind bijna, struikel ik door de doordeweekse dagen, tot ik pas echt kijkend de nacht in val. Die nacht begint voor mij pas hier, ongeacht het werkelijke tijdstip, als ik in vol ornaat (bloot? nee, zielig) naast de wasmand in elkaar zak. Ik klauw naar de voegen tussen de tegels.
Hair down, face down ga ik ten onder, but spirit's up. Dichterbij dan die eerste keer kom ik niet. Dat is een opluchting, waarschijnlijk.
Later zal ik wakker worden, in mijn eigen bed, omgekleed en wel. De keuken lukt niet. De badkamer dus wel, voor zover me iets lukt. De spiegels heb ik lang geleden al afgeplakt, dagelijks brand ik me aan de hete kraan, maar het is hier schoon. It's the cleanness. Clean being synonymous to reality.
Ik ben, volgens mijn verstand of geweten, op zoek naar iets dat waarschijnlijk ongrijpbaar is. Het is ongrijpbaar, omdat het onbeschrijfbaar is, een je-ne-sais-quoi. Dat woord dat blijkbaar alles duidelijk kan maken als er even geen echt woord voor handen is. Een TV woord. Amerikaanse koks, makelaars, ontwerpers, ze kauwen het af in gehaaid Engels terwijl ze zoeken naar de juiste term voor de perfecte, de gewenste, rodewijnsaus, lichtinval, snit.
Terwijl het in een Franse spelshow gewoon "pas" betekent. 'Jammer dan, u gaat niet door naar de volgende ronde, de koelkast gaat aan uw neus voorbij. Volgende kandidaat.' Koelkasten doe me denken aan voedsel – aan koude Chinees van giseravond – aan koude appelmoes. Dat doet me voorover buigen, over de wc. Alles eruit.
Schoon, schoon, zeg ik tegen mezelf. Schoon en waar. De badkamertegels zwemmen voor mijn ogen.