Aan ieder van mijn auto's heb ik mooie herinneringen. Mijn tweede auto was een Citroën Dyane: 'de Eend van de toekomst.'
Luxe
Vergeleken met de afgeragde Eend die ik bij een onfortuinlijke dealer had achtergelaten was de auto die ik daarvoor in de plaats meenam erg luxe. Om te beginnen deed alles het, waarbij mij vooral de ruitenwissers positief opvielen. Die gingen zo viriel heen en weer over het platte voorruitje dat ik niet kon wachten op een goeie hoosbui. Deze installatie was een hele verbetering vergeleken met de moegestreden raamschrapers op de 2CV.
Waterdicht
Het dak kon, net als in de Eend, over de volle lengte van de auto worden geopend maar in deze auto kon dat zelfs van binnenuit. Waar ik met de Eend eerst moest stoppen, een paar haken moest lostrekken en het dak oprollen hoefde ik in deze luxe wagen slechts twee beugels los te trekken en dan kon ik het dak zo naar achteren klappen. Dat was genieten.
Trots bezit
Deze vanillegele Dyane was mijn trots. Ik zette er zelf gele koplampen in, schilderde de bumpers en de wielen geel en ik reed er een stuk voorzichtiger mee dan met mijn eerste wagentje. De grote achterklep was een uitkomst, want ik woonde op kamers en ik verhuisde nogal eens. Veel spullen had ik niet, dus ik kon alles in één keer meenemen. En als ik eens op de snelweg kwam kon ik best meekomen met de rest van het verkeer. Een topsnelheid van honderdveertig was destijds maar voor enkele sportieve auto's weggelegd en mijn Dyane kon honderdtien. Dat kon er best mee door.
Boem is ho
Op een van mijn vele aangename ritjes kwam er een snel einde aan mijn onbevangen automobilisme. Na een avondje disco in Utrecht reed ik naar huis waarbij ik onder een viaduct van een snelweg door moest. Op dat moment kwam er een Opeltje Kadett vanaf de afrit pardoes mijn voorrangsweghelft opgereden. Ik stuurde naar links om er omheen te rijden. De Kadett reed een stukje naar voren dus ik stuurde naar rechts om er dan maar achterlangs te gaan. De Kadett stopte vervolgens pardoes midden op mijn weghelft. En toen remde ik, maar het was al te laat. Met gillende banden boorde mijn Dyane zich vol op de B-stijl van de Kadett, het sterkste punt bij dat Opeltje. De voorkant van de Dyane was totaal verfrommeld. Niemand gewond, dat was mazzel.
Inruilen
Na een paar weken kreeg ik mijn gerepareerde ooit zo geliefde Dyane weer terug, met kleurverschil tussen de voor- en achterkant. Ook rammelde er van alles onder de wagen. De lol was er voor mij definitief vanaf. Tijdens mijn allereerste kampeervakantie in Friesland ruilde ik de Dyane daarom in tegen een NSU 1200C. Wat een scheurijzer was dat!