Dit verhaal gaat over 2 jonge kinderen die er alleen voor staan tijdens de hongerwinter van 1945 in een buitenwijk van Arnhem

Jan schepte de laatste bonen op zijn bord. Urenlang had hij gefietst van Arnhem naar Amersfoort. Zijn zusje Jielke zag er wit en vermagerd uit. Het was een erbarmelijke situatie. De winter duurde nu al twee maanden, en de vorst was van een ongekende kilheid. Wanneer zouden ze eindelijk bevrijd worden? Afgelopen zomer kon Jan zich nog goed herinneren. Met duizenden tegelijk kwamen ze, en niet via het landschap. Nee, ze kwamen uit de lucht. Ontelbaar, alsof de hemel openbrak. Alsof God zijn gebeden eindelijk had verhoord. Iedereen was dolgelukkig en danste op straat. Zou dit het einde betekenen van de Duitse overheersing in Nederland? Niets bleek minder waar. In en rondom Arnhem waren elementen gelegerd van de negende en tiende SS pantser-divisies die keihard van zich af sloegen. Jan herinnerde zich de bloedige straatgevechten van man tot man nog goed. Enorme nachtmerries waren het gevolg ervan. De geallieerden hadden gefaald, de Duitse overwinning was een feit.

Maar dit alles lag achter hem. Hij leefde nu in het appartement van zijn vader, die hij al 2 jaar niet meer gezien had. Hij zorgde voor zijn zieke zusje Jielke, die te lijden had onder de strenge winter die het land nu teisterde. De Nazi's pakten alles af wat eetbaar was. Alleen bij de boeren op het platteland viel er soms nog wat te halen, maar dan moest je wel de juiste plekken kennen. Jan had van zijn beste vriend Kees een adres gekregen in Amersfoort en was halsoverkop vertrokken. Toen hij op de boerderij aankwam, stonden er honderden mensen in de rij. Toen hij uiteindelijk aan de beurt was, bleken er alleen nog bonen te zijn. Ietwat teleurgesteld zette hij zijn pan op de houten tafel en liet deze volscheppen. Drie volle scheppen. Dat was alles wat hij had gekregen. En nu was alles op. Zijn zusje had haar bord net leeg. Jan hoopte dat ze een beetje aan zou sterken, want ze was de laatste dagen alleen maar zwakker geworden.

Gisteren hadden de Duitsers dekens en olielampen afgepakt. Alles wat eetbaar of bruikbaar was, werd door de Nazi's zelf gebruikt. Ternauwernood had Jan de pan met bonen kunnen verstoppen onder een houten plank. Ze waren in deze zware tijden ongenadig hard tegen de Nederlandse bevolking. Jan zag het als een soort boetedoening voor de mislukte invasie van afgelopen zomer. Het volk zou moeten lijden voor de verliezen die ze ondanks de overwinning hadden geleden.

Jan kroop dicht tegen zijn zusje aan en probeerde haar gerust te stellen. Zelf wetende dat deze winter weleens dodelijk zou kunnen worden. Er was niemand meer. Hun ouders waren als politieke gevangenen afgevoerd naar Duitsland in ''41 en dat was alweer dik drie jaar geleden. Sindsdien hadden Jan en Jielke nooit meer iets van ze vernomen. Ze hadden het goed gehad bij mevrouw Driessen, een overbuurvrouw die zich over hun had ontfermd. Het was een lieve zorgzame vrouw, maar toen haar man werd opgepakt wegens banden met het Nederlands verzet, werd ze samen met hem tegen de muur gezet. Jan en Jielke waren allebei kapot geweest van het verlies en hadden meteen hun intrede gedaan in het oude leegstaande appartement van hun vader. Ze verbleven er op de zolder.

Hier zouden ze ook blijven. Samen met zijn tweeen. Terwijl zijn zusje hevig aan het hoesten was en rilde van de kou, pakte Jan krampachtig een oude stoffige foto van de vloer. Met zijn verkleumde vinger verwijderde hij de dikke laag stof. Papa, Mama, hij en kleine Jielke in 1935. Met een glimlach bleef hij naar de mooie foto staren. Tranen rolden over zijn wangen. Waren ze maar hier. Waren ze maar weer bij elkaar. Hij keek naar zijn zusje die inmiddels in slaap was gevallen. Jan besefte nu pas hoe zwaar vermoeid en ziek hij zich voelde. Een paar minuten later lag ook hij te slapen. 

Jan en Jielke zouden nooit meer wakker worden. De onderkoeling had zijn tol geëist. Samen werden ze dagen later bevroren gevonden door een duitse patrouille op zoek naar bruikbare materialen. Jan had de foto nog steeds in zijn hand. Zo kwam er een einde aan het leven van twee jonge kinderen in Arnhem.

Gescheiden bij leven maar in de hemel herenigd,

Dit verhaal is een eerbetoon aan alle Nederlanders die de hongerwinter van 1945 hebben meegemaakt of tijdens deze winter zijn overleden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in