Het zijn economisch moeilijke tijden voor de imker. Het wordt tijd dat hij ook beloond wordt voor de diensten die hij aan de samenleving en aan het natuurbeheer verleent.
Het zijn moeilijke tijden voor de bijenhouder die van de honingverkoop wil proberen te leven. De investeringen in een volk zijn groot: een kast kost al snel € 200, dan heeft hij nog ramen, raat en allerlei andere grondstoffen nodig. En met een beetje pech moet hij ook een Koningin kopen om een volk te starten. Dat kost hem ook al snel een paar honderd euro.
Tegelijkertijd wordt het houden van bijen elk jaar moeilijker. Enkele jaren geleden stak het Colony Collapse Disorder ineens zijn kop op: van de ene op de andere dag waren volken ineens verdwenen. Waarheen? Niemand die het weet. Waarom? Ook dat is een onbeantwoorde vraag.
Maar ook ziektes als als varroa en Amerikaans Vuilbroed komen steeds vaker voor. De middelen om deze ziekten te bestrijden kosten geld, als er al middelen tegen zijn. Als Vuilbroed optreedt, moet de imker het hele volk, inclusief alle materialen vernietigen om erger te voorkomen. Weg investering.
Hoge wintersterfte
Elke winter sterven er volken uit. Dit is een normaal fenomeen, dat normaal gesproken kan worden opgevangen door in het zomerseizoen volken te vermeerderen. Onderzoek in 2010 in Gelderland toonde echter aan dat de wintersterfte in de winter van 2009 op 2010 ruim het dubbele was ten opzichte van het jaar ervoor.
Sommige imkers kwamen de winter uit met slechts een fractie van het aantal volken dat ze hadden “ingewinterd”.
Het houden van bijen wordt dus steeds moeilijker. Maar bijenhouderij gaat niet alleen om het in leven houden van de diertjes. Het is ook belangrijk om een hoge honingopbrengst te halen.
Monocultuur leidt tot minder honing
Voor goede honing is het essentieel dat de bij voldoende drachtplanten in de omtrek van de bijenkast heeft. Drachtplanten zijn planten die stuifmeel opleveren waar de bij iets mee kan. Denk aan bloemen, maar ook aan bepaalde grassoorten en zelfs sommige bomen. Voor een maximale honingoogst is een divers aanbod van planten essentieel, bij voorkeur planten die op verschillende momenten bloeien.
Helaas ontbreekt het daar nog wel eens aan. Vooral in plattelandsgebieden is het droevig gesteld met de biodiversiteit. Uitgestrekte velden mais, of weilanden zijn voor de bij weinig interessant. Voor de honingbij is de stad, met zijn grote aanbod aan tuintjes een stuk interessanter.
Een derde van de mogelijke jaaropbrengst komt van de hei, maar ook hier treedt een probleem op: niet elke imker is in staat om zijn kasten naar de hei te brengen. En als je op de hei staat, is er het risico van diefstal en vandalisme.
Verkopen van honing moeilijk
Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Aan het eind van het bijenjaar, ongeveer in september, is het tijd om honing te slingeren. Het moment waarop je beloond wordt voor vele uren (zwaar) werk: een mooi straaltje honing, dat gestaag uit de honingslinger druipt. Deze honing kan zo het potje in om te worden verkocht.
Maar ook hier heeft de imker het moeilijk. Hij moet namelijk concurreren met de honing uit de supermarkt, die voor een euro per potje over de toonbank gaat. Deze honing komt vaak uit China, waar nog op grote schaal honing wordt geproduceerd. Door de schaalgrootte (maar ook doordat men in China wat andere normen hanteert over hoe je met dieren en werknemers om moet gaan) komen er grote hoeveelheden honing op de markt tegen een prijs die schrikbarend laag is.
De imker heeft echter een belangrijk voordeel: echte bijenhoning, die op traditionele wijze is gewonnen, is stukken beter. De honing smaakt lekkerder en is nog gezonder ook!
Helaas kiest de meerderheid van de Nederlandse consument nog steeds voor de goedkopere honing, en niet voor de échte honing, die een paar euro per potje duurder is.
Hobby imkers: de laatste hoop voor de bij?
Hierdoor zijn er in Nederland nog maar een handjevol imkers die op commerciële schaal werken. Het grootste deel van de bijenvolken in ons land wordt gehouden door hobbyisten.
Is dit erg? Jazeker. Want de bij is te belangrijk voor onze natuur én economie om voor zijn overleving afhankelijk te zijn van een grote diverse groep amateurs. Amateurs die goede bedoelingen hebben, maar die niet altijd de beste informatie hebben en soms zelfs niet goed handelen wanneer besmettelijke ziekten optreden.
Erkenning
Het is dan ook de hoogste tijd dat die andere rol van de honingbij (en de imker) gezien wordt: de rol die het dier speelt in de bestuiving, waardoor de biodiversiteit versterkt wordt. Dit maakt de natuur sterker. En het helpt de landbouw ook nog eens.
Voor zijn diensten aan de landbouwsector en het landschapsbeheer krijgt de imker echter geen enkele beloning. Voor boeren die aan landschapsbeheer zijn financiele middelen beschikbaar. De imker zou hier ook recht op moeten krijgen.
Zo wordt het houden van bijen ook economisch in stand en kunnen we een diersoort redden die ons heel veel teruggeeft. Op heel veel gebieden. En wie weet voorkomen we daarmee de voorspelling van Einstein. Hij zei namelijk dat als de honingbij uitsterft, de mensheid nog maar een paar jaar te leven heeft….