In mijn persoonlijke onderzoek naar pestgedrag op middelbare scholen, stuitte ik op antwoorden die ik zelf niet had verwacht. Vaak wordt gekeken naar de ‘gepeste’, maar hoe zit dat eigenlijk met de pester zelf?
Wie is de pester?
Pesters zijn heel gewone kinderen. Veel weten zelf niet eens dat zij als pester worden beschouwd. Het onderdrukken van klasgenoten is voor hen een manier om zich te uiten. Zonder er ook maar een moment bij stil te staan hoe anderen zich voelen onder hun gedrag, lijken zij vast te zitten in de routine van het steeds maar weer kleineren van leeftijdgenoten. Doordat anderen zich onzeker voelen in hun aanwezigheid, hebben zij een grotere eigenwaarde. De meeste pesters werden op de lagere school zelf gepest of hun thuissituatie was niet optimaal. Omdat pesters op een hele nare manier een bepaalde positie innemen, krijgen zij ook het idee heel populair te zijn onder de klasgenoten. Het tegendeel is minder waar. De volgers van pesters kijken niet tegen ze op, maar zijn eerder bang dat zij zelf slachtoffer zouden kunnen worden.
Wie is de ‘gepeste’?
De ‘gepeste’ zijn ook heel gewone kinderen en kunnen opgedeeld worden in bepaalde categorieën. De eerste categorie zijn de kinderen die het pestgedrag van hun leeftijdgenoten voor lief nemen. Ze zijn er, zogenaamd, aan gewend geraakt en wanneer het niet uitloopt op fysiek geweld zullen zij verder weinig tot geen stappen ondernemen. De tweede categorie zijn de kinderen die in zich zelf keren. Vaak komen zij opeens niet meer buiten en zijn heel stil. De derde categorie vertoont ook een karakterwijziging, maar dan een heel negatieve. Deze categorie gaat zich afzetten tegen de omgeving die ze het meest vertrouwen. Ze worden brutaal tegen hun ouders of leerkrachten en keren hun echte vrienden de rug toe. In alle gevallen zal de ‘gepeste’ vrijwel nooit aangeven dat hij of zij gepest wordt.
Wie is het slachtoffer?
Eigenlijk kunnen we best stellen dat niet alleen het gepeste kind, maar ook de pester slachtoffer is van pestgedrag. Beide zijn eenzaam en onzeker over zichzelf. Het pesten lost niet op in het niets. Als er niets tegen gedaan wordt, kan het van kwaad tot erger worden. Wanneer het pesten uit de hand loopt zijn niet alleen de pester en de ‘gepeste’ het slachtoffer, maar vaak ook de ouders. Zij hebben het gevoel hun kind te zijn kwijtgeraakt en krijgen bijna geen contact meer met hem of haar.
Wat kun je er tegen doen?
Praten. Het lijkt heel cliché, maar praten is de beste oplossing voor alle partijen. De ‘gepeste’ kan, evenals de pester, hulp inroepen van zijn of haar ouders of leerkracht. Het pesten moet heel serieus worden genomen. Wat vaak begint met kleine pesterijen, kan extreme vormen aannemen. Beide partijen moeten erop gewezen worden wat de gevolgen kunnen zijn van pesten. Pesten kan een leven volledig ruïneren.