Het is een door taboes omgeven onderwerp: kannibalisme. In het westerse denken is het iets dat ‘anderen’ doen: en dan vooral de primitieve, submenselijke volkeren óf mentaal zieken. Toch is kannibalisme wereldwijd in alle culturen op zeker moment normaal of, sterker nog, heilig geweest.
Eerste tekenen van menselijk denken
Het eten van (delen van) de eigen soortgenoten wordt door alle diersoorten gemeden en komt vrijwel alleen voor onder extreme omstandigheden. Dit suggereert dat kannibalisme aangeleerd en typisch menselijk is: het heeft een doel en er is dus bewust over nagedacht. De oudste tekenen van kannibalisme zijn een half miljoen jaar oud en zijn gevonden in een grot in China. Oudere bewijzen van het menselijke denkvermogen zijn er tot op heden niet gevonden. Van dit aangeleerde, overdachte kannibalisme bestaan twee hoofdvormen: endo-kannibalisme en exo-kannibalisme. Endo-kannibalen eten delen van het lichaam of het hele lichaam van verwanten en andere groepsgenoten, terwijl exo-kannibalen het vlees van ‘buitenstaanders’ eten.
Vormen van crimineel en seksueel kannibalisme en kannibalisme als onderdeel van een psychiatrisch ziektebeeld laten we hier buiten beschouwing, evenals kannibalisme dat uit extreme honger voortkomt, want daar was het – ooit – niet om begonnen.
Doel van oorspronkelijk kannibalisme
Waar was het dan wel om begonnen? Het blijft in veel gevallen speculeren, maar er zijn aanwijzingen dat het meestal om één van deze vier redenen ging:
- Het overnemen van krachten en andere specifieke eigenschappen van de overledene, en dan met name door het eten van de organen waarvan men geloofde dat deze de begeerde eigenschappen herbergden.
- Het bekrachtigen van de relatie met de overledene: het was een manier om een geliefde niet te laten wegrotten maar voor altijd bij zich te houden.
- Het gunstig stemmen van de goden (de offergedachte).
- Het vernederen van de (groep van de) overledene, dit kwam vooral voor na gewonnen oorlogen.
De eerste twee redenen komen we vooral tegen bij endo-kannibalisme, de laatste enkel bij exo-kannibalisme.
Kannibalisme als antwoord op voedseltekort?
Hoewel er wel gesuggereerd is dat kannibalisme voorkwam bij volkeren die onvoldoende beschikten over slachtdieren voor consumptie, wordt dit door de meeste onderzoekers tegengesproken. Enkele tegenargumenten in deze discussie zijn onder andere het feit dat kannibalisme aan strenge regels en rituelen was onderworpen: in tijden van hongersnood gaf men zich bijvoorbeeld niet massaal over aan kannibalisme. Ook waren er volkeren waar slechts de aristocratie mocht delen in het mensenvlees, een groep die doorgaans geen honger leed. Uit goed gedocumenteerde gevallen van kannibalisme blijkt bovendien dat kannibalisme vrijwel alleen bij bepaalde gelegenheden voorkwam: tijdens of na de oogsttijd bijvoorbeeld, als onderdeel van een begrafenisritueel of na een gewonnen oorlog. Als laatste argument geldt dat lang niet altijd het hele lichaam genuttigd werd, maar slechts de belangrijkste organen en lichaamsdelen.
Het vóórkomen van kannibalisme
Toen de Europeanen steeds meer van de wereld ontdekten, kwam men ook in aanraking met andere volkeren en culturen. Columbus, die op zeker moment op de Caribische eilanden stuitte, kwam eerst in aanraking met de Arawaks, een vredige indianenstam. Door hen werd hij gewaarschuwd voor een andere stam: zij zouden bijzonder agressief en oorlogszuchtig zijn en mensenvlees eten. Columbus noemde deze inheemse bewoners ‘Cariban’, wat door de Spanjaarden werd verbasterd tot cannibal, waar het Spaanse woord ‘can’ in zit: hond.
Columbus
Columbus was bijzonder geïntrigeerd door het mogelijke kannibalisme en al snel deden vele gruwelverhalen over de menseneters de ronde. Wat hiervan werkelijk waar was, is moeilijk te zeggen. Er deden in de tijd van de ontdekkingsreizigers wel meer wonderlijke verhalen de ronde: over mensen zonder hoofd of mensen met een hondenkop, mensen met zulke grote voeten dat ze die als parasol gebruikten als ze op hun rug lagen te luieren, en over zeeën die zo heet waren, dat het water kookte. Daarbij kwam nog dat koningin Isabella I van Castilië in 1503 een wet uitvaardigde waarin werd gesteld dat alleen kannibalen als slaven mochten worden buitgemaakt. Inheemse volkeren werden daarom al snel voor kannibalen uitgemaakt. Iets vergelijkbaars deed zich voor bij de veroveraar van Mexico en het Azteekse rijk: Hernán Cortés. Hij kreeg toestemming van de paus om het verdorven volk dat mensen at, te onderwerpen en tot slaaf te maken.
Het omgekeerde gebeurde trouwens ook: inheemse volkeren die meenden dat de blanken mensenvlees aten.
Bewijzen van kannibalisme
Hoewel lang niet alle verhalen op waarheid berusten, zijn er voldoende wetenschappelijke bewijzen voor het bestaan van kannibalisme.
– Botten van prehistorische mensen met sporen van breuk en krassen wijzen erop dat de botten bewust zijn gebroken om bijvoorbeeld het beenmerg eruit te halen en dat er gereedschap werd gebruikt om het vlees van de botten te schrapen.
– Soms zijn er metaaldeeltjes op menselijke botten aangetroffen die afkomstig zijn van kookpotten.
– In menselijk spierweefsel zit een stof – myoglobine – dat niet verteerd wordt. Als deze stof in menselijke ontlasting wordt aangetroffen, is dit een bewijs van kannibalisme.
– In de moderne tijd is ontdekt dat het overbrengen van de ziekte kuru – te vergelijken met de gekke-koeien-ziekte – alleen kan worden overgebracht door het nuttigen van het zieke hersenweefsel. Kuru kwam in de vorige eeuw voor bij de Papoea’s in Nieuw-Guinea, waar vrouwen en kinderen het vlees van mannelijke leden van de stam aten als onderdeel van een begrafenisritueel. Theoretici suggereren dat het vrij plotselinge verdwijnen van de neanderthalers ook wel eens te wijten zou kunnen zijn aan een ziekte als kuru.
Verspreiding van kannibalisme
Bewijzen van kannibalisme bij de prehistorische mens zijn onder andere aangetroffen in Kroatië, in het zuidwesten van Duitsland, Frankrijk, China en Brazilië. Ook in de bijbel en in de koran wordt melding gemaakt van kannibalisme. In de modernere tijd – de laatste 500 jaar – kwam kannibalisme voor in Zuid- en Midden-Amerika, Afrika, Fiji en Nieuw-Guinea, maar ook dichter bij huis. Tot in de 18e eeuw werd kannibalisme om medische redenen toegepast: een tijdlang was het belangrijkste exportproduct van Ierland naar Engeland mensenschedels. Vooral in Europese adellijke kringen kwam het drinken van mensenbloed en het eten van bepaalde lichaamsdelen veelvuldig voor als middel tegen bijvoorbeeld epilepsie.
Taboe, maar niet overal verboden
In lang niet elk land is kannibalisme bij de wet verboden. De incidentele gevallen die nog plaatsvinden, worden daarom veelal op andere gronden bestraft: moord of grafschennis bijvoorbeeld, of het verstoren van de rust van de overledene.