De scheiding van kerk en staat in Nederland is begonnen bij de grondwet van 1848. Vanaf dat moment had de koning geen zeggenschap meer over besluiten binnen de Rooms-Katholieke kerk en werden onder meer de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van vereniging en vergadering ingevoerd. Sinds die tijd is er veel veranderd, maar zoals een Engels gezegde luidt: 'The more things change, the more they stay the same.'
In Nederland leven we in een seculiere maatschappij. Dat wil zeggen dat staat en kerk gescheiden zijn. Maar is dit ook daadwerkelijk zo, of staat het toch net iets duidelijker op papier dan in de praktijk merkbaar is?
Onze premier zul je, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Amerikaanse president, nooit horen zeggen 'God zij met ons'. Ook zal de politiek in Nederland zich niet bemoeien met de uitvoering van geloof. De regels en wetten zoals die voor een bepaald geloof gelden worden door het betreffende geloof zelf bepaald. Mits, uiteraard, niet tegenstrijdig met de grondwet.
Echter gaat het hier in de praktijk helaas al snel mis! De grondwet is en wordt bepaald door de politiek. Simpel gezegd wordt er een wetsvoorstel ingediend, dit wordt door de politieke molen gehaald en uiteindelijk wordt de wet aangenomen (of afgekeurd). Als er later reden toe is kan men terugvallen op de wet om elkaar te herinneren aan de gemaakte bindende afspraken (de wet). In het uiterste geval bepaalt een rechter of iemand binnen de wet heeft gehandeld of niet. Het (on)geloof van een rechter is niet van invloed op de rechtspraak. Er wordt uitgegaan van de wet, niet van enige geloofsovertuiging.
Nu in de praktijk:
Een Rotterdamse imam stelde dat homoseksualiteit een ziekte is en schadelijk voor de samenleving. Ieder weldenkend mens is het ermee eens dat dit een discriminerende uitlating is. Echter in deze zaak (de zaak 'El Moumni') is de imam door de rechter vrijgesproken van discriminatie op basis van vrijheid van geloof. Let wel: op basis van vrijheid van geloof. Niet vrijheid van meningsuiting. Gezien de geloofsovertuiging van de imam is dit natuurlijk een juiste uitspraak van de rechter. Wat er mis is met deze uitspraak? De uitspraak insinueert dat een ieder die dezelfde uitspraak zou hebben gedaan als de betreffende imam, maar niet dezelfde geloofsovertuiging deelt, schuldig zou zijn bevonden aan discriminatie. Feitelijk heeft de rechter dus gezegd dat iedereen die hetzelfde geloof aanhangt als de imam tegen homo's mag zeggen dat ze ziek zijn en schadelijk voor de maatschappij, maar ieder ander zou voor dezelfde uitspraak worden gestraft.
Zou de rechter de imam hebben vrijgesproken op basis van vrijheid van meningsuiting, dan was natuurlijk het hek van de dam en zou iedereen openbaar kunnen verkondigen dat homo's ziek zijn en schadelijk voor de maatschappij. Uiteraard (en gelukkig) snapte de rechter dus wel dat dit je reinste discriminatie zou zijn.
Kortom: zolang vrijheid van godsdienst wordt genoemd en behandeld in de wet is er feitelijk geen scheiding van kerk en staat mogelijk. Het vreemde is dat vrijheid van godsdienst gemakkelijk valt toe te passen in de vrijheid van vergadering en vereniging, de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van meningsuiting. Binnen deze wetten (vrijheden) kunnen onenigheden die voortkomen uit geloof objectief worden behandeld en toegepast op iedere burger ongeacht geloof, opvoeding, afkomst etc.
Een seculiere maatschappij is een nobel streven en zeker ook ideaal voor een multiculturele samenleving. Maar juist door de vrijheid van godsdienst is en blijft het de ver van ons bed show!