Een bench kan je helpen bij het zindelijk maken van je hond, het voorkomen van sloopgedrag en het aanleren alleen thuis te zijn. Je geeft de hond een vertrouwde, veilige plek, waar hij zich kan terugtrekken bij drukte van bezoek of kleine kinderen. Bovendien geef je hem zijn ‘eigen plaats’, die je overal mee naartoe kan nemen: in de auto, op vakantie of op visite.

""‘Ik vind het zielig om mijn hond in een kooi te doen’

In mijn praktijk van gedragsbegeleiding, wekt een bench regelmatig weerstand op bij hondeneigenaren. Een bench ziet er tenslotte toch uit als een grote kooi, met forse, metalen spijlen. De associatie van ‘opsluiten’ en ‘vrijheidsberoving’ is dan ook snel gemaakt. Vreemd genoeg vinden we het niet gek om een bench te gebruiken bij het opvoeden van onze pup. Bij een pup merk je direct al dat hij de bench ervaart als een veilige plek. Een plek waar hij rustig kan slapen en niet ‘lastiggevallen’ wordt door gezinsleden, vriendjes en andere visite die hem allemaal zo ‘schattig’ vinden. Ook een volwassen hond zal een bench snel gaan ervaren als een veilige plek, mits je hem er stapsgewijs aan laat wennen.

Naast het gegeven dat een hond zich in een bench geborgen voelt, heeft ook het traliewerk een functie. De hond kan er namelijk prima doorheen kijken als hij erin ligt. En dat is nu net belangrijk; dat hij het gevoel heeft dat hij er gewoon bij hoort, terwijl hij toch apart ligt. Daarom is een gesloten (transport)bench niet geschikt voor de benchtraining. Het is van belang dat je hem niet afsluit, maar juist betrekt bij wat er in huis allemaal gebeurt.

De plaats van de bench in huis

Zet de bench op een plaats waar de hond de hele kamer kan overzien, bijvoorbeeld naast de bank. Als de hond alles kan overzien zal hij een stuk rustiger zijn. Zet de bench wel met één zijde tegen de muur en niet los in de ruimte. Schaf bij voorkeur een bench aan met twee deurtjes (een deurtje in de korte zijde en een deurtje in de lange zijde), zodat je flexibel bent in het vinden van een plaats voor de bench. Spreek binnen het gezin heel goed af wanneer de hond in de bench gaat en dat iedereen de hond met rust laat, zolang de hond in de bench ligt. Heb je een goede plaats gevonden? Dan kan de benchtraining beginnen…

De training

Neem voor de benchtraining voldoende tijd. Ga niet overhaast te werk. Zorg eerst dat de hond het leuk vindt om in de bench te liggen en ga de bench daarna pas gebruiken voor de verdere (her)opvoeding van de hond. Haal eventuele andere manden en kussens zolang weg, want waarom zou hij moeite doen om te wennen aan iets nieuws als hij ook gewoon in een van zijn andere manden kan gaan liggen?

Hoe maak je de bench leuk voor de hond?

  • Geef hem de eerste tijd zijn eten in de bench. Hij zal dan rond etenstijd uit zichzelf in de bench gaan. Doe dat ook met beloningskoekjes.
  • Zorg ervoor dat het in de bench comfortabel is voor de hond. Een deken of vetbed (bij de dierenspeciaalzaak verkrijgbaar) kan daaraan meewerken. Het voordeel van een vetbed is dat wanneer hij toch in zijn bench geplast heeft, dit door het dekje heen naar de bodem zakt. De hond wordt dan niet nat en het dekje is makkelijk uit te wassen. Je kunt ook zijn eigen kussen in de bench leggen, zodat hij zijn eigen, vertrouwde ‘luchtje’ herkent in de bench.
  • Kijk wat het favoriete speeltje van de hond is. Dat specifieke speeltje krijgt hij alleen als hij in de bench zit.
  • Zorg ervoor dat de bench altijd een fijne plaats is voor de hond. Hij moet zich er veilig voelen. Straf hem dus nooit in de bench. Het is zijn ‘huis’ en daar moet hij zich vertrouwd voelen. Stuur hem ook nooit met stemverheffing naar zijn plaats als hij iets stouts heeft gedaan.

Deurtje(s) gaan sluiten

Laat in het begin het deurtje / de deurtjes open. Ga pas oefenen met het dichtdoen van het deurtje als hij uit zichzelf de bench opzoekt. Als het deurtje dichtgaat, doe dat in het begin dan voor korte tijd, bijvoorbeeld tijdens het eten. De hond moet jullie dan wel kunnen zien vanuit de bench, zodat hij het gevoel heeft dat hij erbij hoort. Ga die tijd vervolgens in hele kleine stapjes verlengen. Maak dus niet de fout de hond direct al in een gesloten bench te doen als er visite komt, want dan zal hij de visite overstemmen met zijn gejank. Bouw het rustig op. Gaat hij toch jammeren in de bench? Negeer hem dan volledig. Pas wanneer hij stil is, mag hij eruit. Bedenk dat je misschien wel te snel bent gegaan in het opbouwen van de tijdsduur en ga eventueel een stapje terug. Als je het iets korter laat duren, voorkom je wellicht dat hij gaat blaffen of janken en ben je hem voor!

Commando toevoegen

Telkens als de hond de bench in loopt, zeg je het woordje ‘plaats’ of ‘mand’ (kies één woord en gebruik dit voortaan consequent). Als je dit iedere keer doet op het moment dat hij de bench inloopt, zal hij vanzelf de koppeling gaan maken tussen het woordje ‘plaats’ en de bench en zal hij op het woordje ‘plaats’ naar zijn bench lopen. Pas als de hond het commando ‘plaats’ beheerst, kun je verder gaan. Zorg dat je het woordje ‘plaats’ altijd op een positieve, vrolijke manier uitspreekt. Verhef je stem nooit bij dit commando, want je wilt straks dat je hond graag naar de bench gaat als je hem het commando geeft.

Moeilijkheid opvoeren

Als je bovenstaande stappen goed hebt uitgevoerd, kun je een stapje verder gaan. Kies een situatie die je hond wel leuk vindt, maar waar hij nog niet van ‘uit zijn dak’ gaat. Stuur hem nu met het commando ‘plaats’ naar zijn bench en geef hem daar bijvoorbeeld een goed gevulde Kong, die hij in zijn bench kan leegpeuzelen (verkrijgbaar bij de betere dierenspeciaalzaak). Je leert hem nu dat hij weliswaar niet bij de drukte mag zijn, maar je geeft hem tegelijkertijd rust in zijn bench en beloont hem ook nog eens met iets heel lekkers. Op deze manier zul je vanzelf in staat zijn je hond naar de bench te sturen als bijvoorbeeld de deurbel gaat. Dit oefen je natuurlijk eerst zelf: je belt zelf aan. De hond zal gaan blaffen. Maar de verwachte visite (met alle opwinding van dien) blijft uit. Nu heb je een situatie waar hij graag bij wil zijn, maar waarbij hij nog niet ‘uit zijn dak’ gaat. Dit zijn goede oefenmomenten. Sterker nog, als je deze situatie heel veel oefent, zal de hond op het horen van de deurbel naar zijn bench gaan, in plaats van naar de voordeur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in