Huidige populariteit van het eiland Curacao. Toeristen hebben het eiland eindelijk ontdekt. Een goede zaak, want het eiland is zeker een bezoek waard.

                 Viva Curacao!

Curacao, een klein eiland, als een enigszins misvormde boemerang verzonken in het immense blauw van de Caribische Zee, maar wat heeft dit eiland in de laatste twee decennia een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt op toeristisch gebied. In de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw was Curacao een gezapig eiland dat amper toeristen wist te trekken. Als je al eens vakantiegangers tegenkwam, waren het vrijwel altijd ouders van op het eiland werkzame Nederlanders, te herkennen aan de rode muggenbultjes op hun kuiten. En nu?

Nu mag het eiland jaarlijks zo'n honderdduizend toeristen ontvangen, alleen al uit Nederland, en de vele hotels en bungalowparken zitten nagenoeg het gehele jaar stampvol. Het zijn echter niet uitsluitend Nederlanders die Curacao ontdekt hebben, getuige de vele talen die op de stranden om je heen opklinken. Spaans, Engels, Zweeds, Frans, Duits. Ja, ook Duits hoor je steeds meer sinds Air Berlin vluchten naar Curacao is gaan uitvoeren. De vraag is: wat maakt Curacao nou zo aantrekkelijk voor de toerist? Trouwens, niet alleen voor de toerist. Het wemelt op het eiland van Nederlanders, veelal pensionado's, die zich er gevestigd hebben en volop genieten van de vele geneugten die het eiland te bieden heeft. Welnu: het eiland ademt een relaxte, gemoedelijke sfeer uit. Het heeft iets verlokkelijks, iets bedwelmende, iets dat een lichte roes teweegbrengt als je daar gevoelig voor bent. En dat blijkt dus bij velen het geval te zijn.

Bovendien, vergeet de onweerstaanbare stranden en baaien niet. Vooral Jan Thielbaai en Mambo Beach, beide omringd door luxueuze hotels en resorts, zijn waren trekpleisters geworden, al is niet iedereen er even enthousiast over. Er zijn er ook die van mening zijn dat het allemaal wat minder overdadig had gekund en dat er op deze manier te weinig van het oorspronkelijke Curacao overblijft.

Gelukkig is er voor die mensen nog altijd Ban d'Abao, de westelijke helft van het eiland. Als men met de auto naar Westpunt rijdt, valt er onderweg nog genoeg te genieten van het Curacaose landschap, in het Papiaments de kunuku genoemd. Een aanrader is om tegen lunchtijd een paje te gaan eten bij Restaurant Jaanchi's, vlak voordat je Westpumt binnenrijdt. De ontvangst is er allerhartelijkst en de eigenaar komt persoonlijk bij je langs om de menukaart uit zijn hoofd op te dreunen. Dat doet hij op humoristische wijze. Ala je bijvoorbeeld in hebt in garnalen, dan biedt hij je de keus tussen garnalen met een jasje of garnalen zonde jasje.

Na de lunch rijd je natuurlijk via de kustweg terug om aan een van de vele uitnodigende baaien nog enkele uurtjes door te brengen. Keus genoeg, zoals Playa Lagun (kleine, eenvoudige baai waar het fantastisch snorkelen is) of Cas Abao ( jaren geleden de locatie van de Nedelandse soap Bon Bini) of Porto Marie ( erg populair, dis altijd druk) of Daaibooi Baai. 

Om dan tegen het einde van de middag een leuke strandbar op te zoeken om nog na te genieten van wat op Curacao een traditie geworden is: het Happy Hour gebeuren!

 

Kortom: Viva Curacao!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in