Mensen zijn gelovige wezens. Ze geloven diep vanbinnen iets te zijn wat ze niet kunnen zien, of ze geloven niet meer te zijn dan het lichaam dat ze waarnemen. Beide mogelijkheden zijn rationeel moeilijk te vatten. Wat ben ik? Ooit stelt iedereen stelt die vraag. En iedereen geeft een antwoord.

Het geloof diep vanbinnen een metafysische ziel te hebben, of eigenlijk: te zijn, is de basis van alle andere metafysische voorstellingen van goden, geesten en engelen. Allemaal even onvatbaar als wijzelf. Toch lijkt onze ziel, onze geest, ons zelfbewustzijn of hoe we het ook noemen, heel concreet te bestaan. Iets ontvangt immers de beelden, geluiden en geuren die onze zintuigen opvangen, iets stuurt immers onze gedachten in bepaalde richtingen, iets neemt beslissingen. Er moet iets zijn waarop onze waarnemingen als het ware geprojecteerd worden, iets wat denkt, wat initiatieven neemt.

De cognitieve neurowetenschap heeft in de laatste decennia steeds meer inzicht gekregen in de hersengebieden die betrokken zijn bij waarnemen, denken en het aansturen van handelingen. Ons brein lijkt daardoor steeds meer op een knap geprogrammeerde computer. Maar de aard en de werking van ons bewustzijn heeft de hersenwetenschap tot nu toe niet ontsluierd. Er is geen reden om religieuze voorstellingen bij voorbaat overboord te gooien.

Zou het niet zo kunnen zijn, dat onze hersenen een soort brug vormen tussen de fysische werkelijkheid die we waarnemen en een metafysische werkelijkheid die we met onze zintuigen niet kunnen waarnemen? Dat ons ‘metafysische ik’ waarnemingen ontvangt, het denken stuurt, beslissingen neemt en zo ons handelen bepaalt? Dat het bij wijze van spreken onze hersenen als computer gebruikt?

Dat is wetenschappelijk gezien een ietwat problematische theorie, omdat wetenschap op waarneming gebaseerd is. Maar er zijn ook andere gebieden van wetenschap waar de directe waarneming als kennisbron losgelaten wordt. Natuurkundige theorieën over de kleinste elementaire deeltjes en over de verste sterrenstelsels worden door indirecte waarnemingen bewezen. Wiskundige modellen leiden tot schijnbaar onmogelijke voorspellingen, die door waarnemingen worden bevestigd, zoals de bij verschillende snelheden niet synchroon verlopende tijd. Moderne fysici dromen van een theorie die alle vreemde waarnemingen kan verklaren en gebruiken in ontwerpen van zo´n theorie meer dan 4 dimensies.

Kan het zijn dat er een soort geestelijke dimensie bestaat, die even onzichtbaar is als de dimensie van de tijd? Een Poolse professor die ik kende, deed in zijn vrije tijd experimenten met telepathische communicatie over grote afstanden, naar eigen zeggen met succes. Eeneiige tweelingen schijnen ernstige ongelukken van elkaar ook over grote afstanden te voelen. Dit soort fenomenen zouden aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijke dimensie kunnen zijn. 

Is ieder van ons deel van een heel reële geestelijke dimensie? Misschien ziet de moderne wetenschap het meest essentiële aspect van de werkelijkheid straal over het hoofd. De boer zocht naar zijn paard en hij zat er op. 


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in