Peter Paul Rubens werd op 28 juni 1577 in Siegen – in Duitsland – geboren. Hij stierf op 30 mei in 1640 te Antwerpen. Rubens was niet alleen een beroemde Vlaamse barokschilder – tegenwoordig vooral bekend vanwege zijn voorliefde voor (het schilderen van) vrouwen ‘met een maatje meer’ – maar ook een niet-onbelangrijk diplomaat. Voor zijn diplomatieke missies werd hij twee maal geadeld: zowel door het Spaanse als het Britse hof. 

Een tijdsbeeld van Rubens

Toen Peter Paul geboren werd, woedde de Tachtigjarige Oorlog. Deze oorlog was in beginsel een godsdienstoorlog: een opstand vanuit het protestantse noordelijke deel van de Nederlanden tegen het katholieke Spaanse regime. De strijd werd vooral op zee en op het grondgebied van het huidige België uitgevochten. Het zuidelijke deel van de Nederlanden kon zich niet aan het strenge regime van de Spaanse koning Filips II en III ontworstelen en hier werden de protestanten vermoord, gevangen gezet of gedwongen bekeerd. Veel Vlaamse protestanten vluchtten naar het buitenland, zo ook Jan Rubens met zijn vrouw Maria Pypelinckx: zij vluchtten in 1568 samen naar Keulen.

Een ander belangrijk aspect van deze tijd was de bloei van de Renaissance en het humanistisch denken. Dit denken werd onder andere gekenmerkt door een hernieuwde waardering voor de klassieke oudheid, goede manieren en hoogstaande moraal, esthetiek – vooral schoonheid in de kunst – en grote aandacht voor talenkennis om op het hoogste niveau te kunnen communiceren en filosoferen.

Het gezin Rubens

Jan Rubens verkeerde als jurist in de hogere kringen in Keulen en daarbuiten en werd de adviseur – en minnaar – van Anna van Saksen, de tweede vrouw van Willem van Oranje. In verband met deze affaire belandde Jan Rubens in de gevangenis maar na zijn vrijlating verenigde hij zich weer met zijn vrouw en twee kinderen – Philip en Baldina – waarna in 1577 Peter Paul Rubens werd geboren. In 1587 overleed Jan Rubens en in 1989 verhuisde Peter Paul met zijn moeder, broer en zus naar Antwerpen. Daar werd hij als katholiek opgevoed en kreeg hij een humanistische opleiding in Latijn en klassieke literatuur. Op zijn veertiende begon hij tevens aan een artistieke opleiding bij Tobias Verhaecht en later bij Adam Van Noort en Otto van Veen. Die laatste twee waren de bekendste Antwerpse schilders uit die tijd. In 1598 voltooide Peter Paul Rubens zijn opleiding en werd als meester-schilder toegelaten tot het Sint-Lucasgilde van Antwerpen.

Naar Italië: op naar de roem

Op 9 mei 1600 vertrok Peter Paul Rubens voor een reis naar Italië. Eerst ging hij naar Venetië waar hij onder de indruk raakte van schilderijen van o.a. Titiaan en Veronese. In de zomer werd hij in dienst genomen door de welgestelde hertog van Mantua, Vincenzo I Gonzaga. Met de financiële steun van de hertog ging Rubens het jaar erop naar Florence en Rome om de klassieke Romeinse en Griekse kunst te bestuderen. Hij kopieerde veel werken van Michelangelo, Raphael en Leonardo da Vinci. In Rome kreeg Rubens zijn eerste grote opdracht: drie altaarstukken voor de kerk van Santa Groce in Gerusalemme. In de jaren die volgden, kreeg Rubens vaker opdrachten voor religieuze werken maar ook de aristocratie – rijke families, graven en andere edelen – die portretten en belangrijke (familie)gebeurtenissen vastgelegd wilde hebben, behoorde tot zijn klantenkring.

Diplomatieke missies Rubens

In een tijd waarin de adelstand een belangrijke politieke rol speelde – er werden heel wat verbonden gesloten en oorlogen gevoerd – waren hofkunstenaars belangrijke spelers in het diplomatieke spel. Enerzijds konden graven, hertogen en koningen elkaar paaien door het sturen van geschenken in de vorm van schilderijen en beeldhouwwerken en dergelijke – en de waarde daarvan steeg flink als deze kunstwerken ook nog eens door de gevierde kunstenaar zelf gebracht werden – maar al die pracht en praal diende ook om te tonen hoe rijk en machtig men was. Als men zich al die overdaad kon veroorloven, moest men ook wel de beschikking hebben over een sterk leger, zo werd geredeneerd.

Rubens, die een gevierd schilder was maar ook een goede opleiding genoten had en al jaren in de hogere kringen verkeerde, was een ideale diplomaat. In 1603 werd hij daarom door de graaf van Mantua met diverse geschenken naar het hof van de Spaanse koning Filips III gestuurd.

Later zouden nog meer diplomatieke missies volgen, onder andere naar de Noordelijke Nederlanden en naar Engeland om te proberen een vrede te bereiken tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden.

Rubens terug naar Antwerpen

In het vroege najaar van 1608 kreeg Rubens het nieuws dat zijn moeder ernstig ziek was en hij vertrok naar Antwerpen. Zijn moeder bleek toen al overleden en Rubens wilde eigenlijk vrij snel daarna weer terug naar Italië. Maar hij werd geraakt door de gevolgen van de oorlog die nog altijd woedde en toen hij het aanbod kreeg hofschilder van de aartshertogen Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje te worden, greep Rubens deze kans met beide handen aan: in dienst van de aartshertogen kon Rubens als diplomaat wellicht een rol van betekenis spelen om de vrede te bewerkstelligen. Rubens vestigde zich niet aan het hof in Brussel maar bleef in Antwerpen wonen. Op 3 oktober 1609 trouwde hij aldaar met Isabella Brant.

De terugkeer van Rubens viel toevallig samen met de ondertekening van het Twaalfjarig Bestand waardoor de welvaart in Antwerpen snel toenam. Rubens kreeg daardoor al snel allerlei opdrachten en in 1610 richtte hij zijn eigen atelier in aan de Wapper in Antwerpen. Dit atelier is nu als museum ingericht: het Rubenshuis. In zijn atelier was Rubens enorm productief, samen met zijn leerlingen. Steeds vaker schilderde hij alleen de handen en het gezicht voor een portret en de rest gaf hij in een grove opzet weer waarna zijn leerlingen deze opzet verder uitwerkten. Soms ook werkte hij samen met schilders die een bepaald specialisme goed beheersten, zoals de schilder Frans Snyders die erg bedreven was in het schilderen van dieren.

Rubensvrouwen en landschappen

In 1626 overleed zijn vrouw Isabella Brant. Rubens had met haar drie kinderen gekregen. Rubens was 53 jaar toen hij in 1630 hertrouwde met de 16-jarige Hélène Fourment. Hélène inspireerde Rubens tot het schilderen van de voluptueuze vrouwen – ook wel Rubensvrouwen genoemd – die wij van zijn latere werk kennen.

Met Hélène ging Rubens op het landgoed Het Steen te Elewijt wonen. Door het wonen in een plattelandsomgeving bekwaamde Rubens zich verder als landschapsschilder. Ook werkte hij hier aan zijn grootste opdracht ooit: de decoratie van het Koninklijke jachthuis Torre de la Parada in Madrid.

Samen met Hélène kreeg Rubens vijf kinderen.

In 1640, op 30 mei, overleed Peter Paul Rubens in zijn atelier in Antwerpen aan een hartaanval, mede veroorzaakt door jicht. Rubens ligt begraven in de Sint-Jacobskerk te Antwerpen.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Paul_Rubens
http://nl.wikipedia.org/wiki/Tachtigjarige_Oorlog
http://nl.wikipedia.org/wiki/Renaissance-humanisme
http://www.rubenshuis.be/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in