Wandelen als meerwaarde in het leven. Wandelen om verdriet te verwerken. Wandelen voor de eeuwigheid. December. Weer een wandeldag in mijn Ardennen, maar niet zomaar een dag. Samen met mijn dochter maak ik een grijze geheimzinnige wandeling in de vallei van de Molignée.
De zaadpluizen van de Bosrank hangen er overvloedig en mooi, verdrietig nat bij. Zouden ze rouwen om onze pas overleden tante Dien? Mijn dochter plukt een bosje grijze glimmende pluizen ter nagedachtenis aan haar geadopteerde oma. De Bosrank, Clematis vitalba was en is nog steeds, over de dood heen, Dien haar lievelingsplant.
In de smalle vallei omringd door glibberig en grillige rotsen doen ook de vele hangende tongvarens mee aan een troostende dodenwake. We begonnen onze tocht in de Molignéevallei bij Falaën, wandelen in deze grijze ochtend voorbij de ruïnes van Montaigle, naar Wastia-le-Haut. Op het plateau probeert een fletse zon de macht van de mist te doorbreken. Gelukkig zonder succes, gelukkig blijft de grijze tover het landschap een vreemde, verdrietige kracht geven. In een boshelling, als bekroning van deze dag ontmoet ik een jonge Belladonna (plant). De bella donna met de grote ogen. Is het onze herboren oude dame Dien?
Tijdens het naar huis rijden vinden we nog enkele afgevallen populiertakken begroeid met besdragende maretakken. De zoveelste Mistel uit mijn leven. In het gezelschap van mijn dochter krijgen deze bessen een extra waarde. Twintig jaar geleden was zij immers het kleine trotse meisje met de grote maretak.
Alle maretakken uit mijn leven
-
De hele grote uit een oude perenboom bij Comblain-au-Pont.
-
De onbereikbaren in de hoge Canadese populieren.
-
De uit een oude eik vallende maretak, zomaar voor mijn voeten om aan mijn verlangen te voldoen, en mijn twijfel nu of het wel een eik was of een oude populier.
-
Langs de Semois, de grote 20 jaar oude bussels in de armpjes van mijn 6 jaar jonge dochter
-
De elk jaar weer kerende appelmistel in de Voerstreek, die mijn 26 jaar oude dochter zich nu, vele jaren later nog herinnert.
-
De geelglimmende, bloeiende, bijna fluorescerende in het voorjaar bij Heyd.
-
De mistel in de meidoorn bij Belvau, waar ik enthousiast in klom en gekrast uit kwam.
-
De oudste herinnering, een maretak geplukt uit een bijna dode perenboom, waar ik een belangstellende, grote, gevaarlijke geitenbok achter mij aan kreeg.
-
De geheimzinnige bollen in de schemering bij het druïdendorp Wéris, die uiteindelijk geen mistels maar heksenbezems bleken te zijn.
-
En dan de ultieme, de eerste en enige maretak in de eeuwenoude eik bij Isigny le Buat.
Maretak
Mistel, maretak, vogellijm en nog vele andere namen heeft deze klassieke geluksbrenger uit de Oudheid. Nu is deze magische plant overal te koop op kerstmarkten en in supermarkten. Is geluk te koop? Is het verkopen van maretakken geen vorm van heiligschennis? Een uitdaging aan de natuurgoden?
Is geluk te koop?
Is geluk niet,
het samen hoog in de boom klimmen,
de eenvoud plukken,
het uitdelen in December.
Is dat het geheim van de gouden sikkel?