Een van de belangrijkste kerkvaders die heeft bijgedragen aan het succes van het christendom was Augustinus In dit artikel wordt wat over zijn leven verteld. Bovendien wordt er ingegaan op de theologische geschillen van zijn tijd. 

http://www.historyathome.nl

Theologische geschillen en de rol van Augustinus

De meest invloedrijke bestrijder van de dwalingen binnen de kerk was zonder enige twijfel Augustinus. Hij was het die keer op keer als overwinnaar uit de strijd kwam. Reeds in de dagen van Constantijn de Grote waren er veel disputen. Deze disputen bedreigden ten zeerste de eenheid van de kerk. De eerste in het oog springende controverse ontstond in Alexandrië. Hier was de controverse op zijn hevigst. Bisschop Athanasius van Alexandrië noemde de populaire denkrichting het arianisme naar zijn secretaris Arius. Deze Arius was na nauwkeurige bestudering en veel nadenken tot de conclusie gekomen dat Jezus, omdat hij uit een menselijke moeder geboren was, nooit geheel god kon zijn. Hij moest dus in belang achter staan bij god zelf en de heilige geest. Weliswaar was Jezus de hoogste vorm van het mens-zijn met veel goddelijks in zich, maar toch was hij ondergeschikt aan de andere twee goden die er uiteraard maar één was. Athanasius noemde mensen die zulk een geloof aanhingen niet langer christenen.

Concilie bijeen

Op een concilie bijeengeroepen door de keizer werd er door de aanwezige bisschoppen geoordeeld dat Arius zich vergiste. Het arianisme werd ketters verklaard. Het maakte Arius niet uit. Hij bleef doorgaan zijn denkbeelden te verspreiden en bleef zeer invloedrijk. Het arianisme was echter slechts de top van de ijsberg. De periode van 350 tot 450 kende nog veel meer strijdpunten. Nauwelijks was de kwestie van het arianisme geregeld, of er dook een nieuwe controversiële mening op. Dit was het monofysitisme. Dit monofysitisme benadrukte dat Jezus, doordat hij god was, nooit als mens had kunnen lijden aan het kruis. Dit ging natuurlijk voor de orthodoxen ook weer te ver. Op het concilie van Chalcedon (451) werd er bepaald dat Jezus zowel mens als god was.

Monofysitisme

Het monofysitisme werd als ketters veroordeeld. Dan was er het donatisme. Hier ging het om de kwestie dat een kerkelijk functionaris die op enig moment gezondigd had als priester afgezet moest worden. Alle religieuze handelingen zoals huwelijksvoltrekking en het toedienen van het sacrament der stervenden zouden volgens de donatisten ongeldig zijn indien zij ontvangen waren uit de handen van een onwaardige priester. Dit werd uiteindelijk ook door de orthodoxe bisschoppen veroordeeld. Het was immers niet aan de mensen, zo was de conclusie, om te beslissen welke werktuigen god gebruikte om zijn arbeid tot een goed einde te brengen. De laatste ketterse stroming uit deze tijd was het pelagianisme. Aanhangers van deze stroming meenden dat zij op eigen kracht zalig konden worden. Deze hoogmoedige veronderstelling werd ook als ketters veroordeeld.

Augustinus als bisschop van Hippo

We gaan weer verder met het levensverhaal van Augustinus. In 394 toen hij bisschop van Hippo werd, waren de meeste mensen in zijn bisdom donatisten. De mensen vonden al sinds de tijd van Constantijn de Grote dat als je bij de kerk hoorde, je van onberispelijke levenswandel moest zijn. Sommige kerkelijke dienaren hadden in de tijd van de christenvervolgingen offers aan de oude Romeinse goden gebracht om hun leven te redden. De Romeinse overheid verlangde dit van hen als teken dat zij het christendom afzworen. Deze mensen mochten niet meer in hun functie in de kerk terugkeren, zo vond men. Het was immers een doodzonde volgens de christelijke leer om andere goden te dienen. Hierdoor waren volgens de donatisten de handelingen die deze geestelijken hadden verricht niet geldig. In de tijd van Constantijn de Grote was dit als ketterij afgedaan en de gemeenten die deze geloofsrichting aanhingen werden hun kerken afgepakt. De volgende Romeinse keizer, Julianus,[1] was een overtuigd tegenstander van het christendom. Hij wilde zoveel mogelijk verdeeldheid bij het christendom veroorzaken. Om de gespletenheid te bewerkstelligen ging hij ertoe over de donatisten hun kerken terug te geven. Augustinus zat nu met het probleem dat hij een gemeente had met een meerderheid die een ketterse richting aanhing. Hij begon gesprekken met de leiders van de ketters. Dat hielp niets. Sterker nog, er werd door de donatisten zelfs geprobeerd Augustinus te vermoorden. Op een concilie onder leiding van Augustinus wist hij de donatisten nogmaals veroordeeld te krijgen. De nieuwe keizer Theodosius (de opvolger van Julianus) pakte op zijn beurt de kerken weer af van de donatisten.

Belijdenissen

In zijn ‘belijdenissen’ schreef Augustinus over zijn jeugd. Duidelijk is hieruit geworden dat hij gebukt ging onder zondebesef. Het stelen van een peer bij de buurman, zoals eerder genoemd, vergde maar liefst zeven hoofdstukken. Vooral het feit dat hij niet echt honger had, maar het gewoon stal voor de aardigheid, moet wel een bewijs zijn voor een puur slechte inborst, zo was Augustinus overtuigd. Naast zijn belijdenissen schreef hij vooral tegen de ketterijen van zijn dagen. Zo was hij een fel bestrijder van het pelagianisme. Het pelagianisme beweerde, zoals reeds vermeld, dat men op eigen kracht, zonder de hulp van God zalig kon worden. Ook dit werd als ketters veroordeeld. In vele kwesties de orthodoxie betreffende, wist uiteindelijk Augustinus de definitieve antwoorden te geven.

De civitate dei

Er is nog een monumentale prestatie verricht door Augustinus. Dit is zijn ‘magnum opus’ (belangrijkste werk). Hij is de schrijver van het boek de Civitate Dei (De stad gods). Dit boek heeft hem blijvende bekendheid en gezag gebracht. De inhoud van het boek is het volgende. Toen Rome in 410 door de Gothen geplunderd werd, was dat voor de christenen moeilijk te begrijpen. Hoe kon god de stad van Petrus zo maar in de steek laten? In de Civitate Dei legt Augustinus uit dat er een stad bestaat van het dagelijks leven en een stad zoals de stad zou behoren te zijn. Deze laatste stad noemt hij in zijn boek de stad gods. De steden in het boek kunnen gezien worden als een allegorie voor het aardse leven en het hemelse leven.


[1] Keizer Julianus Apostata, of Julianus de afvallige (361 -363): werd vooral bekend door het terugschroeven van de bevoorrechting van de christenen. Deze voorrechten waren door Constantijn de Grote toegestaan. Zijn vader was een halfbroer van deze Constantijn de Grote.

 


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in