Het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam in Nederland langzaam op gang. Ik ga een beeld schetsen hoe het verzet zich in de loop van de oorlog heeft ontwikkeld. Dit zal ik doen in verschillende delen. In het eerste deel heb ik een algemeen beeld geschetst van de Tweede Wereldoorlog en daarna heb ik het hebben over het begin van het verzet en het symbolische verzet.  Ik ging in op het polemisch verzet. Vervolgens hebl ik wat verteld over defensief verzet. Ten slotte ga ik nu in op het offensief verzet.

Offensief verzet

Spionage

Wanneer men een vijand wil bestrijden, moet men die vijand kennen. Dit was de taak van de geheime politie en inlichtingendiensten. Ze richtten observatieposten op, uitgerust met radiozenders. Men kon alleen berichten doorgeven, niet ontvangen. De Britse Intelligence Service coördineerde de operaties in België, Frankrijk en Nederland via een in den Haag gevestigde centrale. Natuurlijk zat de geheime dienst van Duitsland niet stil; de Haagse Centrale werd 24 uur per dag geobserveerd. Het was daardoor snel gedaan met de Engelse inlichtingendienst in West-Europa. Maar doordat niet iedereen werd opgepakt werd het contact met de Engelse inlichtingendienst snel hersteld.

Wat wilden de Engelsen weten? Alles over verdedigingswerken aan de kust, de sterkte van de troepen en de plaats van legering, alles over het vliegverkeer en de bevoorrading. Deze informatie werd dan via een radiozender overgebracht. Dit was riskant omdat ze zodra ze in de ether waren ook afgeluisterd konden worden door de Duitsers. De Duitsers hadden peilapparatuur, daarom was het belangrijk korte berichtjes te sturen en vanaf wisselende plaatsen. Vele operateurs zijn echter opgepakt en geëxecuteerd.

Een ander obstakel was dat het voor Nederlandse organisaties moeilijk dan wel onmogelijk was contact te krijgen met Engeland, als de Engelsen niet eerst contact op hadden genomen met hen. De Engelsen wilden er namelijk zeker van zijn dat ze geen contact legden met Duitsers. Dit lukte echter niet altijd. Dit had soms ernstige gevolgen.

Het Englandspiel

Het beste voorbeeld hiervan is het Englandspiel. Tijdens de bezetting werden veel Engelse parachutisten op Nederlandse bodem gedropt. Deze hadden van de Engelse Intelligence Service een opdracht meegekregen. Om de Engelsen op de hoogte te kunnen houden moesten de parachutisten boodschappen seinen. Hiervoor hadden zij een eigen code meegekregen. Ook kregen zij vanuit Engeland een code mee die ze moesten gebruiken als ze gevangen zouden worden genomen door de bezetters.

In maart ’42 vielen een aantal parachutisten in handen van de Duitsers. De gevangenen hadden in Engeland geleerd meteen te doen of ze doorsloegen en de foute code te geven. De Duitsers zouden dit niet kunnen controleren, en moesten dus geloven dat het de juiste code was. Toen de Duitsers berichten gingen seinen uit naam van hun gevangenen, kregen zij echter gewoon antwoord terug uit Engeland. Hierdoor konden zij berichten krijgen waar mensen of wapens gedropt zouden worden door de Engelsen. Ook kregen zij via dit contact veel informatie doorgespeeld over allerlei illegalen groeperingen. Welke personen hier deel van uitmaakten, waar hun hoofdkwartier was, eventuele geplande operaties. Hierdoor zijn de Duitsers in staat geweest heel veel illegale organisaties op te pakken en mensen uit het verzet te liquideren.

Ondanks de vele manieren waarop de gevangengenomen agenten Londen probeerden te waarschuwen duurde het tot mei ’43 dat de Engelsen doorkregen dat er iets niet in de haak was. Vanaf dat moment werden geen nieuwe parachutisten meer naar Nederland vervoerd. Wel gingen ze door met het droppen van wapens en sabotagemiddelen. Dat zij dit deden verspreidden ze echter op minder frequenties.

De 57 agenten die gevangen zijn genomen zijn bijna allemaal door de Duitsers vermoord of door hun handelen om het leven gekomen.

Er bestaat geen unaniem oordeel of het Englandspiel een gevolg is van verraad van Nederlandse of Engelse autoriteiten.  De Enquêtecommissie heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheid of er al dan niet verraad in het spel was. De commissie heeft geconcludeerd dat dit onmogelijk het geval zou kunnen zijn. Toch zijn er nog mensen die hier andere ideeën over hebben.

Niet altijd was het verkrijgen van informatie een doelbewuste actie. In 1942 bijvoorbeeld leverde de Belgische inlichtingendienst Nederland een uiterst belangrijke kaart, die gestolen was van een Duitse officier. Samen met andere inlichtingen stelde deze kaart onze deskundigen in staat het systeem van de Duitse luchtverdediging te doorgronde. Die kaart was gestolen door een 15-jarige jongen die hem uit de tas van een Duitse officier stal toen deze bij de kapper zat en zijn tas had laten slingeren. De inlichtingendiensten zijn voor de oorlogvoering van wezenlijk belang geweest.

Vanaf de zomer van 1943 breidden de spionagegroepen zich steeds meer uit over het hele land.

Een groep die ook genoemd wordt binnen het verzet is een van de eerste militaire verzetsorganisaties Het Legioen van Oud Frontstrijders. In deze organisatie begon men met het formeren van hulptroepen voor de Engelsen, wanneer die op de kust zouden landen.

Sabotage

Behalve gespioneerd werd er ook gesaboteerd. Ook dat is in de loop van de bezettingsjaren gegroeid en efficiënter geworden. Van het hier en daar een schroef losdraaien, zand in een smeerpot gooien, tot zorgvuldig geplande acties waarbij het accent niet op het spectaculaire maar meer op het rendement lag. Op scheepswerven, in mijnen en sommige fabrieken werd gesaboteerd. Telefoonkabels werden doorgehakt. De zware sabotages kwamen pas later. Een mooi voorbeeld is dat er in mei 1941 binnen twaalf uur twee vliegtuigen werden buitgemaakt. Stro werd in de loop van de oorlog een belangrijk verpakkingsmateriaal voor granaten en de vervaardiging van cellulose. Boeren waren verplicht stro te leveren. De saboteurs hebben ervoor gezorgd dat tienduizenden tonnen stro in vlammen opgingen.

Een van de grootste problemen voor het gewapende verzet was de toevoer van wapenuitrusting. Het gewapend verzet maakte in verhouding tot Frankrijk en België in Nederland een langzame start. Dit kwam doordat Nederland niet mee heeft gedaan aan de Eerste Wereldoorlog en daardoor al lange tijd geen ervaring had met een vreemde bezetting en de bestrijding hiervan.

Veel wapens waren particulier bezit, buit van diefstallen en overvallen, verborgen uitrustingen van het Belgische of Nederlandse leger. Springstoffen werden vaak gestolen maar ook wel zelf gemaakt.

De verzetsgroepen die wel wapens hadden, beschikten vaak over weinig wapens, die ze veilig opborgen met het idee ze te gebruiken bij de echte bevrijding. Iets wat achteraf niet nodig bleek te zijn door de snelle opmars van de geallieerden. In enkele gevallen werd wel gebruik gemaakt van wapens in het verzet. Bijvoorbeeld bij een overval op een Duitse instelling waar men gewapende tegenstanders kon verwachten.

Het gewapend verzet hield zich naast sabotage ook bezig met het liquideren van collaborateurs en verraders.Deze hadden weten te infiltreren met als doel zoveel mogelijk verzetsmensen aan te geven bij de Duitsers. Meestal werden deze door een soort rechtbank die in een proces schuld vaststelde ter dood veroordeeld.

Een laatste vorm van verzet was het maken van krijgsgevangenen. Deze werden gemaakt om aan wapens te komen. In de bossen tussen Baarlo en Helden in Limburg had de Limburgse KP een krijgsgevangenkamp met zo’n 40 gevangengenomen Duitsers. Krijgsgevangenen zaten ook op schepen in de Biesbosch.. Bekend is de Biesboschgroep. Een schip dat in de Biesbosch lag ondergedoken zou, op een veilige plaats verborgen, als opvangcentrum voor krijgsgevangenen dienen. Een groep onderduikers was bereid aan deze actie mee te doen, negen jongens en een meisje. Allen waren overtuigd dat de geallieerden binnen de kortste keren aan de Amer zouden staan. De acht dagen die zij verwachtten werden acht weken

Op zondagmiddag 5 november kwam over de radio het bericht dat de Duitse tegenstand rondom Made, Drimmelen en Lage Zwaluwe was gebroken. Bij Drimmelen werd de dag afgewacht en toen het licht werd voeren de schepen met 76 krijgsgevangenen de haven binnen. Ze werden overgedragen aan Polen, die dat deel van Brabant hadden bevrijd.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in