Het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam in Nederland langzaam op gang. Ik ga een beeld schetsen hoe het verzet zich in de loop van de oorlog heeft ontwikkeld. Dit zal ik doen in verschillende delen. In het eerste deel heb ik een algemeen beeld geschetst van de Tweede Wereldoorlog en daara hebl ik het hebben over het begin van het verzet en het symbolische verzet.  Nu ga ik in op het polemisch verzet. Vervolgens zal ik wat vertellen over defensief verzet. En ten slotte zal ik ingaan op het offensief verzet.

Polemisch verzet

Polemisch verzet betekent: ik protesteer tegen de onrechtmatige en onrechtvaardige eisen die de bezetter stelt. Er waren mensen die openlijk protesteerden tegen allerlei maatregelen, zoals de Ariërverklaring, waarin men opgave moest doen van alle ambtenaren die geheel of gedeeltelijk Jood waren. Bijvoorbeeld Dhr. De Graaf toenmalig hoofd van het departement van sociale zaken. Hij diende protest in tegen de maatregel dat zij “voorlopig” geen Joden meer mochten benoemen noch bevorderen.

Studentenverzet

Ook studenten verzetten zich openlijk tegen deze behandeling van Joden. Toen hun Joodse leraren ontslagen werden en het Joodse medestudenten verboden werd nog langer onderwijs te volgen, kwamen zij in protest. Studenten op de Universiteit in Leiden en Delft staakten.

Maar er brak pas echt crisis uit toen de Duitsers studenten in wilden gaan zetten voor de Arbeidsinzet. Ook hier protesteerden de studenten tegen. 1700 van de 2400 studenten tekenden een protest dat aan Seyss-Inquart werd gestuurd. De Duitsers reageerden hierop met razzia’s op de universiteiten, waarna het studentenleven stil kwam te liggen.

Dit was echter niet de bedoeling geweest van de Duitsers, waardoor Mussert met een loyaliteitsverklaring kwam. Iedere student die deze verklaring tekende, maakte de belofte af te zien van iedere vorm van verzet. Als je echter niet tekende, werd je opgeroepen voor werk in Duitsland. De studenten werden in illegale bladen aangespoord om niet te tekenen. Hierdoor tekende uiteindelijk slechts 13% van de studenten. De overige gaven nauwelijks gehoor aan de oproep om zich te werk te laten stellen in Duitsland, waardoor veel studenten onder moesten duiken.

Helpen deden de protesten niet. Op 22 november 1940 werden alle Joodse ambtenaren ontslagen.

Illegale pers

Het polemisch verzet vond zeker zijn uitdrukking in de illegale kranten, boeken, vlugschriften. Kortom in de ondergrondse pers. De illegale pers heeft een erg grote rol gespeeld in het toenemende verzet. Zij gaven mensen die al tot het verzet behoorden het idee dat zij niet de enige waren die zulke grote risico’s namen door zich tegen de bezetter te keren. Daarnaast ging er in het algemeen een grote verzetsimpuls uit van de illegale bladen.

Toen kort na de April/Mei-stakingen alle radio’s ingeleverd moesten worden, kregen de illegale bladen ook een steeds grotere informatieve functie. Er waren veel kleine illegale bladen die gestencilde bladen verspreidden in kleine oplagen (tientallen tot enkele honderden exemplaren). Maar de grote illegale bladen gaven gedrukte bladen uit in veel grotere hoeveelheden (vaak wel duizenden exemplaren). In Nederland verschenen over de twaalfhonderd verschillende bladen samen meer dan vijftigduizend verschillende nummers.

De illegale pers heeft een erg grote rol gespeeld in het toenemende verzet. Zij gaven mensen zie al tot het verzet behoorden het idee dat zij niet de enige waren die zulke grote risico’s namen door zich tegen de bezetter te keren. Daarnaast ging er in het algemeen een groot verzetsimpuls uit van de illegale bladen.

Toen kort na de april/mei-stakingen alle radio’s ingeleverd moesten worden kregen de illegale bladen ook een steeds grotere informatieve functie. Er waren veel kleine illegale bladen die gestencilde bladen verspreide in kleine oplagen (tientallen tot enkele honderden exemplaren). Maar de grote illegale bladen gaven gedrukte bladen uit in veel grotere aantallen (vaak wel duizenden exemplaren).

De bezetter liet geen middel onbeproefd om de illegale pers schaakmat te zetten. Zij hebben zowel in België als in Nederland geprobeerd het verzet met vervalsingen van hun eigen bladen om de tuin te leiden.

De Sicherheitspolizei, een van de Duitse politieorganisaties die zich vooral richtten op het opsporen en aanpakken van illegale acties, vervolgde alle mensen die iets te maken hadden met de illegale bladen. Dit had er mee te maken dat deze vorm van verzet tot alle mensen in de samenleving doordrong en iedereen aanspoorde zich te verzetten tegen de bezetters, in wat voor vorm dan ook.

De Duitsers hebben zowel in België als in Nederland geprobeerd het verzet met vervalsingen van hun eigen bladen om de tuin te leidenom zo twijfel te zaaien onder de bevolking over de goede afloop van de oorlog en over de Duitse nederlaag. Dit heeft echter nauwelijks effect gehad.

De Nederlanders deden dit kunstje na en wisten zo enkele uitgaven van door de Duitsers goedgekeurde bladen te vervalsen en te vullen met verzetsartikelen.

Het verspreiden van de bladen was per blad verschillend geregeld. In de regel werd gebruik gemaakt van hoofdverspreiders die allen hun eigen verspreiders hadden. Ook was het gebruikelijk dat mensen niet wisten voor wie ze werkten of aan wie ze hun waar verder doorgaven. Vaak werd voor transport gebruik gemaakt van de trein. Toen de afdeling luchtbescherming en spoorwegrecherche hieraan mee gingen werken werd het nog gebruikelijker illegale bladen per trein naar de districten te vervoeren.

Naast bladen was ook de bellettrie een veelvoudig gebruikte vorm van gedrukt verzet.

Verzet van kunstenaars

Voor het verbreiden van de nationaalsocialistische beweging was het ook noodzakelijk dat invloed werd uitgeoefend op het onderwijs, de wetenschap en de cultuur. De media waren reeds aangepakt, nu richtte de bezetter zich op het religieuze en culturele leven.  Daarom was het departement van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen op 26 december 1940 door 2 nieuwe departementen vervangen, het departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming en het departement van Volksvoorlichting en Kunsten.

Op 19 februari 1942 stuurden kunstenaars een protest, door meer dan 2000 van hen getekend, gericht aan Seyss-Inquart, waarin stond: ‘dat de gedachte waarop deze Kultuurkamer is gebaseerd en de wijze van organisatie in strijd zijn met het wezen van het kunstenaarschap zoals dit door hen wordt beleefd en zoals het in de Nederlandse traditie sinds eeuwen opgevat en geëerbiedigd is’. In de nieuwe departementen werd meer aandacht besteed aan politieke beginselen dan aan de tradities van het kunstenaarschap, waardoor ze zich niet meer vrij voelden, wat ze wel probeerden na te leven. De reactie van Seyss-Inquart was geërgerd. Hij liet naar aanleiding van deze brief dan ook enkele kunstenaars oppakken en gaf geen gehoor aan hun protest.

Verzet van artsen

Een andere vorm van polemisch verzet was dat van de artsen. Hun verzet was krachtig door hun sociaal-economische positie, ze hadden een belangrijke maatschappelijke positie die verder versterkt werd door hun (meestal) gunstige financiële positie, maar ze hadden bovenal succes door hun principiële eensgezindheid: de zieken kwamen op de eerste plaats. Zij verachtten hun Duitse collega’s die deze wet hadden verworpen door de rassenleer te erkennen, door de moord op geesteszieken, de gedwongen sterilisaties en de aantasting van het beroepsgeheim.

Al snel bleek dat de Duitsers wilden dat Nederlandse artsen dit principe ook zouden laten varen. Daarom richtten de artsen het Medisch Contact (MC) op. Hierbij sloten zich 5000 van de 6500 artsen aan. Desondanks werd eind december 1941 een Nederlandse artsenkamer opgericht, waarvan iedere Nederlandse arts geacht werd lid te zijn. De Kamer stond onder leiding van de NSB’er Croïn. Direct weigerden 3500 artsen. Toen de Artsenkamer hen probeerde te dwingen lid te worden, schreven ruim 6200 doktoren dat zij hun ambt wilden neerleggen. Deze artsen deden afstand van hun bevoegdheid en haalden hun aanduiding ‘arts’ van de gevels en hun receptenbriefjes. Ze bleven echter raad geven in ziektegevallen. In praktijk oefenden zij nog steeds hun beroep uit.

De Duitsers reageerden op al deze ongehoorzaamheid met een massaal arrestatiebevel. Veel artsen werden naar aanleiding hiervan opgepakt, of men moest onderduiken. Uiteindelijk schreven ze een excuusbrief waarna de gevangen artsen werden vrijgelaten en de onderduikers weer tevoorschijn konden komen.

Verzet van de kerken

Ook de kerken organiseerden zich en verzetten zich openlijk tegen de bezetters. De Duitsers pakten de kerken niet te hard aan, dat wilden ze pas doen als de overwinning zeker was gesteld. De kerk had erg veel invloed in de samenleving, dus de Duitsers waren bang voor hevige protesten als ze de kerken zouden sluiten en religieuze leiders zouden aanpakken. De kerken zagen echter wel het gevaar dat vanuit deze hoek kon komen.

In juni van 1940 werd daarom het Convent der Kerken opgericht. Hierin waren 7 hervormde kerken georganiseerd. Al vanaf de periode waarin de Joden hun banen verloren lieten zij merken dat zij tegen het Duitse bewind waren. Vanaf ’41 sloot ook de Katholieke Kerk zich aan bij het Convent. Hiervoor waren zij al wel op de hoogte gehouden van gezamenlijke beslissingen die hier werden genomen, maar vanaf dat moment waren zij ook aanwezig bij vergaderingen. Vlak daarna veranderen ze de naam in Interkerkelijk Overleg (IKO) omdat deze naam wat vrijblijvender klonk dan de vorige.

Het IKO schreef brieven naar Duitse autoriteiten waarin het protesteerde tegen de maatregelen die zij namen tegen de Joden, tegen de tewerkstelling, de massale arrestaties en het doodschieten van gijzelaars. Daarnaast stuurde het  predikanten kanselboodschappen waarin openlijk werd geprotesteerd tegen het Duitse beleid dat in strijd met de christelijke barmhartigheid was.

Buiten in georganiseerd verband hebben veel geestelijken meegewerkt aan het verzet door onderduikers of wapens te verbergen in de kerken.

Het protest als vorm van verzet was heel belangrijk en had een bezielende werking. Deze zelfde bezieling ging uit van de toespraken die koningin Wilhelmina regelmatig voor radio Oranje hield. 

[1]Dr. J. Buitkamp (1990). Geschiedenis van het verzet 1940-1945. Houten: Fibula. P. 32-33

[2]Dr. J. Buitkamp (1990). Geschiedenis van het verzet 1940-1945. Houten: Fibula. P. 49

[3]Ren

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in