Momenteel heeft Stone Town in Zanzibar zo’n 200.000 inwoners en is het een populaire toeristenbestemming voor dagjesmensen, maar ook voor mensen die deze fascinerende stad wat langer willen verkennen. In de wirwar van kronkelstraten en -steegjes kun je gemakkelijk verdwalen. Op de talrijke markten wemelt het van de handelaren en kopers die onderhandelen over de prijs van vis, vlees, specerijen, fruit en nog veel meer. De geschiedenis van Stone Town heeft echter ook zijn sinistere kanten.

Na tweehonderd jaar Portugese overheersing kwam Zanzibar in 1698 onder de heerschappij van het sultanaat Oman, dat ook een groot deel van de Oost-Afrikaanse kust controleerde, en in deze periode kwam de handel tussen Zanzibar en de heersende Arabische elite tot bloei. Uit Afrika werd ivoor ingevoerd en ook werden plantages ontwikkeld om de specerijen te verbouwen waar Zanzibar beroemd om is geworden.

De slavernij was tijdens de Portugese overheersing van het eiland ingesteld, waarbij zowel de Fransen als de Portugezen gevangenen meebrachten uit gebieden als Tanganyika, Malawi en Congo. Toen de sultan van Oman Zanzibar overnam, realiseerde hij zich dat de slavenhandel heel lucratief was, en Zanzibar ontwikkelde zich tot een centrum van slavenhandel. De slaven werkten in de ivoorhandel en op de specerijenplantages, en werden ook doorverkocht. Slaven werden gevangen of gekocht van lokale heersers in het binnenland van Afrika. Daar werden ze aan elkaar geketend en gedwongen ivoor naar de kust te dragen, naar de stad Bagamoyo. De slaven die het overleefden werden in dhows (Arabische vrachtzeilschepen) gestouwd die naar Stone Town voeren.

In 1804 was Zanzibar uitgegroeid tot een vooraanstaand centrum van slavenhandel aan de Afrikaanse oostkust en op de markten werden de slaven als vee uitgestald en aan de hoogste bieder verkocht. De slaven kregen dagelijks mishandelingen te verduren: ze kregen zweepslagen, werden voortgesleept, verkracht en vastgeketend. Rond het midden van de negentiende eeuw nam de Europese invloed in de regio weer toe en het was de befaamde Britse ontdekkingsreiziger dr. David Livingstone die het voor de slaven opnam.

Livingstone gebruikte Zanzibar als basis voor zijn expedities op het Afrikaanse vasteland en bezocht de slavenmarkten een aantal keren. Hij verafschuwde de slavernij en gebruikte zijn invloed bij sir Lloyd Mathews, de eerste minister van de regering van Zanzibar, om er een eind aan te maken. In 1873 dwong Mathews de sultan van Oman een verklaring te ondertekenen dat de slavernij werd afgeschaft. Livingstone maakte deze afschaffing echter niet meer mee, want hij stierf tijdens een expeditie in Zambia.

Britse marineschepen gingen patrouilleren in de wateren rond Zanzibar om een eind te maken aan de nog doorgaande illegale handel; veel transporten vonden echter ’s nachts plaats, zodat de patrouilles van de Britse marine weinig uithaalden. In 1874 werd Mathews opgevolgd door sir John Kirk, die het door Mathews begonnen werk voortzette. Er werd een nieuw instituut opgericht, de Universities Mission for Central Africa, dat ziekenhuizen, scholen en kerken in Zanzibar bouwde voor de bevrijde slaven. Sommige van deze instellingen staan ook vandaag nog in Stone Town, zoals de Anglican Cathedral Church of Christ, die op de plek van de slavenmarkt werd gebouwd.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in