“Mank” van de hand van – tot spijt van wie ’t benijdt – Vlaanderens grootste hedendaagse auteur dateert alweer van 2002, maar is net zo tijdloos als vele van zijn romans. De verhalen die uit zijn pen vloeien hebben inhoudelijk meestal niet te veel om het lijf: vele gebeurtenissen – als die er al zijn – blijken banaal of voegen weinig substantieels toe. Zo gaat het ook hier weer, want de plot laat zich vatten in enkele simpele regels.

De plot

De hoofdpersoon Herman Brusselmans gaat mankend op weg naar een schoenlapper om de zool onder een van z’n laarzen te laten repareren. Inderdaad, zo eenvoudig is de verklaring voor de titel van het boek. De protagonist, een semibiografische versie van de auteur,  ontmoet daarna allerlei mensen die ervoor zorgen dat Brusselmans' dag – want “Mank” beschrijft één dag – weer boordevol absurdistische avonturen zit. Zo beleeft hij dan ook één van zijn boeiendste dagen: hij gaat een aantal keren naar – de reeds vermelde – dementerende schoenlapper, heeft een ontmoeting met zijn badmintonleraar, twijfelt over de aankoop van een nieuwe tweedehands wagen, zal in plaats van Marlboro voortaan Winston roken en – last but not least – slaat de bibliothecaresse op haar muil. Verder zoekt hij in de bibliotheek op wat de biedermeierstijlperiode en haar datum van ontstaan is en waarbij z’n buurvrouw, die helemaal geil wordt van Harry Mulisch’ boek ‘De compositie van de wereld’, hem graag assisteert.

De stijl

Nu goed, als dat het verhaal is, hoef je het al niet meer te lezen, denk je wellicht. Maar de liefhebbers weten al dat wanneer ze een roman of novelle van de Gentse schrijver ter hand nemen, geen antwoorden op grote levensvragen hoeven verwachten. Brusselmans kent het klappen van de zweep en is bovenal een begenadigd stilist. Als geen ander weet hij zijn kurkdroge, platvloerse of ronduit cynische schrijfstijl onder de knoet te houden. Vreemd genoeg lijkt de woordenkramerij, opgeleukt met plotse kwinkslagen, goed te werken. Scherp en snedig schrijft hij, meanderend door ellenlange uitweidingen, zonder vaart te minderen. Alledaagse taal en zinnen waarin elke grammatica ontbreekt, her en der vermengd met zeemzoete poëtische beschrijvingen in al dan niet omslachtige zinsconstructies, maken “Mank” ook weer tot een zeer lees- en genietbaar pareltje.

Het oordeel

In deze 184 bladzijden van de man die sneller schrijft dan zijn schaduw, slaagt hij er wederom in uiterst boeiend te verhalen over uiterst weinig. Waar Brusselmans de mosterd vandaan haalde, laat zich makkelijk raden als je weet dat “De Avonden” van Reve tot zijn favoriete boeken behoort. De twee vaste ingrediënten zijn: een schaarste aan handeling en een weelde aan gemijmer. Voeg daarbij de overwegend pessimistische en sombere levensvisie van de auteur – de thema's angst en wanhoop zijn makkelijk terug te vinden in zijn oeuvre – en het mag een wonder heten dat zijn romans niet sneller vervelen. Het gerangschikte gezever, de gestructureerde nonsens en andere nihilistische toevoegingen slaan telkens weer aan, in tegenstelling tot wat je zou verwachten. De absurdistische gebeurtenissen volgen elkaar op zonder dat ze onderdeel uitmaken van een groter geheel en zo wordt ook deze roman niet gekenmerkt door een ingewikkelde plot. Voor een gevulde dag of roman heb je aan een kapotte zool genoeg. Een roman over niks, maar Brusselmans schrijft er zo onweerstaanbaar over, dat je nieuwsgierig wordt naar wat die volgende dag zou kunnen brengen. Daarbij vergeet je gemakshalve dat het gelezene geen enkele aanleiding biedt om te veronderstellen dat het vervolg ook maar iets anders zou zijn dan meer van hetzelfde. Door nergens over te schrijven, schrijf je over alles. En dat is prima!


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in