Nasreddin Hoca (hoca = imam of leraar) is een legendarische figuur in Turkije. Nasreddin volgde een geheel eigen logica en zijn wijsheden, listen, grappen en bedrog deden al tijdens zijn leven de ronde. Zijn belevenissen zijn wel te vergelijken met die van Tijl Uilenspiegel. Behalve voor vermaak worden de verhalen ook wel verteld om iemand niet rechtstreeks maar wel op een duidelijke manier te vertellen waar het op staat.
De figuur Nasreddin Hoca
Nasreddin, ook wel geschreven als 'Nasrettin', werd in het begin van de dertiende eeuw in Sivrihisar – ongeveer 100 kilometer ten westen van Ankara – geboren. In die tijd was het nog niet zo gebruikelijk dat kinderen naar school gingen maar de vader van Nasreddin was een hoca en Nasreddin ging naar school om later in de voetsporen van zijn vader te kunnen treden.
Nasreddin volgde een geheel eigen logica en zijn wijsheden, listen, grappen en bedrog deden al tijdens zijn leven de ronde. Zijn belevenissen zijn wel te vergelijken met die van Tijl Uilenspiegel.
De verhalen en grappen zijn van generatie op generatie overgeleverd en natuurlijk zijn er in de loop van de tijd ook heel wat bij verzonnen. Er is niet meer na te gaan wat echt en wat niet echt gebeurd is. Belangrijk is dat ook niet, het is meer het bewijs dat een karakter als Nasreddin inspireert tot steeds weer nieuwe verhalen en grappen. Het lijkt in ieder geval wel duidelijk dat de hoca vaak werd geraadpleegd voor religieuze, maar vooral ook voor wereldse zaken.
Het oudste geschreven verhaal met Nasreddin in de hoofdrol is gevonden in het boek ‘Saltukname’ van Ebülhayr Rumi uit 1480. In dit boek staan ook andere legenden en volksverhalen. Over de geboorteplaats van Nasreddin, Sivrihisar, wordt geschreven dat de inwoners ervan zich kenmerken door vreemd gedrag en een zekere mate van genialiteit en creativiteit. Het vreemde gedrag van de inwoners van Sivrihisar wordt ook vermeld in een met de hand geschreven verhalenboek dat te vinden is in de Biblioteque Nationale in Parijs.
Domme eigenwijsheden, slimme listen, bedrog, een onnavolgbare logica en levenswijsheden zijn de ingrediënten van de verhalen en grappen over Nasreddin Hoca.
Nasreddin is in AkÅ?ehir, bij Konya, gestorven. Op zijn grafsteen staat het jaartal 386. Deze inscriptie zou tevens zijn laatste grap zijn; het gaat namelijk om het jaar 683. In de islamitische kalender komt dit jaartal overeen met 1284/1285 van de Gregoriaanse tijdrekening. Ook andere bronnen wijzen erop dat Nasreddin in 1284 of 1285 is gestorven.
In AkÅ?ehir is een bijzonder monument voor hem opgericht; een deur met een groot hangslot. Elk jaar wordt er tussen 5 en 10 juli het Hoca Nasreddin Festival georganiseerd.
Enkele grappen en verhalen
Eerlijk verdelen
Vier jongens met een zak vol walnoten kwamen bij Nasreddin Hoca en vroegen hem de walnoten onder hen te verdelen.
‘Willen jullie dat ik ze verdeel op de manier van God of op de manier van de mensen?’, vroeg Nasreddin.
De jongens antwoordden in koor: ‘Op de manier van God natuurlijk’.
De Hoca gaf de eerste jongen een handvol noten, de tweede jongen slechts drie noten, de derde jongen kreeg tien noten en de vierde kreeg twee handen vol.
De jongens begonnen te protesteren maar de Hoca zei: ‘Zo doet God het ook. Hij geeft de ene mens veel en de andere slechts weinig en daar moeten we het mee doen’.
Nasreddin houdt woord
Op een dag vroeg iemand aan Nasreddin hoe oud hij was. ‘Veertig’, antwoordde de Hoca.
‘Maar Hoca, dat kan toch niet, dat zei je enkele jaren geleden ook al.’
‘Zo zie je’, zei Nasreddin, ‘ik kom nooit op mijn woord terug.’
De pan heeft een baby gekregen
Nasreddin Hoca leende op een dag een grote pan van zijn buurman. Toen hij hem weer terug bracht, gaf hij er een kleine pan bij. De buurman vroeg verbaasd: ‘Wat is dit?’
Nasreddin antwoordde: ‘Je pan heeft een baby gekregen’.
‘Oh’, zei de buurman verheugd, ‘nou, hartelijk dank’.
Enkele weken later vroeg Nasreddin opnieuw een grote pan van zijn buurman te leen maar enkele dagen later had hij de pan nog steeds niet teruggebracht.
De buurman werd ongeduldig en vroeg naar zijn pan en de Hoca zei: ‘Het spijt me, je pan is overleden’.
‘Hoe kan een pan nou overlijden?’ vroeg de buurman boos.
Nasreddin Hoca antwoordde: ‘Jij geloofde dat je pan een kind kon baren, dan moet je ook maar geloven dat hij dood kan gaan’.
De maan en de sterren
In de tijd dat Nasreddin naar school ging, gebeurde het regelmatig dat kinderen lijfelijk gestraft werden. Een van de straffen ging als volgt: het kind moest op de rug gaan liggen met de blote voeten omhoog. De meester nam dan een wilgentakje (falakka) en daarmee sloeg hij net zo lang op de voetzolen tot ze brandden.
Een van de schoolvakken was sterrenkunde. Op een dag ging de les over de maan en de meester vroeg aan Nasreddin of hij wist wat belangrijker voor de mensen was; de zon of de maan. Nasreddin antwoordde: ‘De maan natuurlijk! De zon is er overdag als het licht is maar de maan komt 's nachts om licht te brengen in de duisternis. Pas door het donker leren we wat gebrek aan licht betekent en dan is er de maan die ons met haar licht weer hoop geeft’.
De meester vond de filosofische gedachtegang van Nasreddin wel interessant en hij vroeg: ‘Je weet dat er elke maand een nieuwe maan komt; wat gebeurt er met de oude?’
En Nasreddin antwoordde: ‘Die breken ze in stukjes en strooien ze door het heelal zodat we bij heldere hemel kunnen genieten van al dat getwinkel en ons bewust worden van onze eigen nietigheid’.
De meester maande Nasreddin aan om toch zijn lessen maar te leren en toen Nasreddin enkele dagen later weer zijn les niet geleerd had en met een mooi verhaal wilde komen, besloot de meester dat Nasreddin nu toch echt de falakka verdiend had. Nasreddin, die deze straf natuurlijk niet zag zitten, zei: ‘Alleen dwazen geloven dat de honger naar kennis opgewekt kan worden door slaag. Een brandend hart is vol verlangen naar wijsheid maar brandende voeten verlangen slechts naar koud water’.